Vrede
Wie zijn Schepper wil dienen, die diene zijn naaste, maar ook
de buurman, alsook de vreemdeling die bij de poort staat en
ook de vijand die hem kwaad wil doen. Helpt de armen en de
zwakken, begeert het goed van een ander niet en doet niemand
kwaad. Dan zal God door uw tongen spreken, glimlachen door uw
tranen en Hij zal uit uw gezicht stralen en uw hart met vrede
vervullen.
(26:13-15)
Wieden
Wie tijd heeft om bij anderen het onkruid te wieden, vindt
geen tijd om in zijn eigen tuin het onkruid te ontdekken. Zo
verstikt men een bloemenpracht en brandnetels blijven
over.
(27:24)