Uit NCRV-gids 11/2005 'Het hoogste woord' door Jaap Friso
Gelovigen kijken te veel naar boven terwijl het om ons heen te doen is. Daar is dat wat je God kunt noemen. Ik ben een optimist en kan enorm genieten, bijvoorbeeld van de verschillende seizoenen. Die rare natuur, het is fantastisch hoe dat allemaal geregeld is. Nee, niet door God. Die is bedacht door de mens die het leven te complex vond. God is dan een soort van dirigent die de wereld met een grote bouwdoos in elkaar heeft geknutseld. In mijn ogen is God het leven zelf, het zit overal in.
Uit 'Tien geboden', dagblad 'Trouw' 8 december 2001, door Arjan Visser
God & geloof
Ik heb christenen ontmoet die beweerden dat mijn blindheid
Gods straf was voor de zonden die mijn ouders hadden begaan.
Dat zijn dezelfde mensen die de Bijbel, een boek met zo'n
verwrongen wereldbeeld dat het wel onder invloed van honderd
xtc-pillen geschreven moet zijn, woordelijk serieus nemen. Dat
getuigt van een verschrikkelijke domheid. Nee, ik moet zeggen:
van een selectieve domheid. Je hoofd bestaat ongetwijfeld uit
compartimenten en er zijn mensen die - voor het overige
beslist niet dom - het compartiment 'God & geloof' zo
hebben afgesloten dat er nooit meer iets bij kan. Maar je kunt
het hen niet eens aanrekenen; het zal wel in de genen zitten.
Eigenlijk niet eens zo'n gek idee: geloof als erfelijke
afwijking. Misschien valt er met prenataal onderzoek nog wat
aan te doen.
Lange tenen
Christenen zijn meesters in de lange tenen. Die mensen zijn zo
snel gekwetst, dat is op het kinderachtige af. Zij mogen van
alles beweren over niet-gelovigen, maar zodra een
niet-gelovige iets roept, voelen ze zich op hun ziel getrapt.
En dat is een rare ongelijkheid. Ik bedoel: ik verbied toch
niemand zijn geloof? Iedereen mag het geloof aanhangen dat hij
wil, maar geef mij dan wel de vrijheid om het daar niet mee
eens te zijn.