Uit 'Kinderen uit de hemel':
Dichtbij
Maar ik weet wel dat er ontelbare mensen zijn die rouwen om een geliefd kind, echtgenoot, vrouw, moeder of vader die in een nieuw lichaam is teruggekomen.
Sommige van deze zielen zijn in hun nieuwe incarnatie juist dicht bij de mensen die om hen rouwen, kruisen hun leven onopgemerkt, doen misschien hun eerste onzekere stappen door de kamer terwijl de familie bijeen is rond de kerstboom.
Ik weet dat dit gebeurt, maar de mensen zien het niet, omdat ze niet weten dat het kan. Ik denk dat meer mensen zouden kunnen genieten
van een onverwachte hereniging met een bekende ziel als ze hun absolute geloofsopvattingen, hun overtuiging dat 'dit gewoon niet kan' eens opzij konden zetten en zich konden openstellen voor
het feit dat het misschien tóch wel zou kunnen. Een kleine veandering van opvatting maakt een wereld van verschil.
Uit 'Wie was mijn kind?':
Reïncarnatie
Waarom zou de kerk zich zoveel moeite getroosten om
reïncarnatie in diskrediet te brengen? De meest voor de
hand liggende verklaring hiervoor is de impliciete psychologie
van het begrip reïncarnatie. Iemand die in
reïncarnatie gelooft, neemt door middel van wedergeboorte
verantwoordelijkheid voor z'n eigen spirituele ontwikkeling.
Hij heeft geen priesters, biechten en rituelen nodig om zich
tegen verdoemenis te beschermen (allemaal ideeën die,
tussen haakjes, niet tot de lering van Jezus behoren). Hij
hoeft zich alleen maar te bekommeren om zijn eigen daden,
zowel ten opzichte van zichzelf als ten opzichte van anderen.
Geloof in reïncarnatie elimineert de angst voor eeuwige
hel en verdoemenis, die de kerk gebruikt om de
geloofsgemeenschap onder de duim te houden. Met andere
woorden: reïncarnatie ondermijnt rechtstreeks de
autoriteit en macht van de dogmatische kerk.
Gesterkt
Elke ziel komt gesterkt door de overwinningen en verzwakt door
de nederlagen in zijn vorige leven, in deze wereld.