In het leven van onze jachtige wereld lijkt de energie, die
wij 'God' noemen, vaak veraf. Tegelijk is het altijd aanwezig,
mits we er ruimte voor hebben.
Op hemelvaartsdag maakte ik een fietstochtje, deels door een
gebied waar ik nauwelijks iemand tegenkwam. Ik dacht na over
het hemelvaartsverhaal, ook al omdat ik eerder die morgen een
zangdienst van EO-tv gezien gehad, waarin het verhaal van 'de
lichte wolkenwagen' nog zo heel letterlijk genomen werd. Ik
had de close-ups van de zangers en zangeressen als het ware
nog op m'n netvlies. Met name sommige kinderen straalden felle
echtheid uit, een echtheid die ik bij de predikant, die nog
even het woord voerde, node miste. Ik realiseerde me hoever ik
zelf van het verhaal af ben komen te staan. Ik betwijfel of
het verhaal wel letterlijk genomen mag worden. Mensen die een
verdriet te verwerken hebben, zien door hun tranen heen vaker
dingen die door anderen niet waargenomen worden. Het verhaal
had bovendien een sluitstuk nodig, een happy end. Dat is
menselijk en goed. We weten van historici dat onze
bijbelboeken ook later wel heel gemakkelijk zijn aangepast aan
veranderende beelden en inzichten. Daarbij komt nog dat ik
niet meer achter de bijbelverering sta die dit boek 'het woord
van God' noemt. In de Bijbel vind ik woorden van God, maar
meer nog die van mensen, mensen van hun eigen tijd. In andere
geschriften, ook die van vandaag, vind ik net zo goed woorden
van God. En wat voor mij 'woord van God' is, is dat voor
anderen weer niet, en andersom. Zo persoonlijk ligt het
allemaal.
Daar, in de natuur, realiseerde ik me hoe vol het leven van
alledag in onze cultuur is. Op punten waar ik ander verkeer
trof, leek de haast van de passanten dat alleen maar te willen
onderstrepen. Maar is het niet juist die haast, die veelheid
en volheid van dingen, die ons afsnijdt van het innerlijke
weten één met het Al te zijn? Ik realiseerde me
dat God voor mij veraf lijkt als ik te veel wil, te snel ga,
dingen belangrijk maak die dat feitelijk niet zijn en dat God
dichterbij komt, als ík dichterbij kom. Ik zag de
wisselende luchten. Voorjaarsbloemen leken naar me te wuiven
in de wei. En dan dat wonder van steeds veranderend licht, als
een afspiegeling van het leven zelf. Een man en een vrouw
kruisten wandelend m'n pad, een plaatje van vrede. Later zag
ik ze verderop opnieuw gaan, terug naar de bewoonde wereld. De
plaatselijke beek slingerde zich door het immer gelijke en
toch altijd weer andere landschap.
Hoe krijgen we God weer dichterbij, zo vroeg ik me af toen God
heel dichtbij gekomen was. En toen dacht ik aan het volgende
christelijke feest, het pinksterfeest. God die naar veraf
gegaan was, komt terug, terug in een andere gestalte, terug in
ieder van ons zelf! Ik hoorde de woorden van die 'stralende'
dominee van vanmorgen weer: 'op dezelfde wijze
Gert Hardeman