Na mijn laatste stuk over geloven, mijn plaatsbepaling daarin,
merkte ik dat me afvroeg waartoe dit leven, ons leven is. Op
zich, denk ik, is dat een mysterie, maar een paar beelden zag
ik toch vrij duidelijk voor me.
Als mensen zijn we uit de goddelijke bron voortgekomen en keren
we daarin uiteindelijk, na wellicht meerdere levens, ook terug.
Het is alsof God zich in de goddelijke schepping opsplitste in
talloze deeltjes, vonkjes licht als het ware. Die alle met
elkaar genomen, zijn zo te zien als God. Wij allen zijn in dat
beeld, ieder voor zich, zo één vonkje God en ons
leven is als een gloeiend kooltje, aangeblazen door goddelijke
geest, afwisselend oplichtend en schijnbaar uitdovend, een
leven lang brandend, totdat we onze levenslessen voor dit leven
al dan niet hebben geleerd en het leven teruggeven. Dan dooft
de vonk en keert de geest terug in de geestenwereld, misschien
om zich op te maken voor een volgend leven, om het script
daartoe te schrijven en de nodige voorbereidingen te treffen.
Als dan uiteindelijk alle lessen zijn geleerd, herwordt de
geest één met de goddelijke bron. Uiteindelijk,
na vele eeuwen, zal elke goddelijke vonk terugkeren en God zal
Eén zijn als in het begin.
Daarom denk ik dat het in onze mensenlevens moet van ik naar
wij. Die term is niet van mij. Ik weet niet precies wie hem het
eerst bezigde, maar hij spreekt me aan. De miljarden vonkjes
hier op aarde lichten elk voor zichzelf op, werken allemaal aan
hun eigen ik. Langzaamaan is het, naar het mij toeschijnt, de
bedoeling van dat ik naar wij te geraken. Dan gaat het niet
meer alleen om het eigenbelang, dan gaat het om óns
belang. Ik denk daarbij dat we geen altruïsten moeten
worden. Altruïsten richten zich op de ander en vergeten
zichzelf, waarmee ze zowel zichzelf als de ander tekortdoen. Ik
geloof in het goede evenwicht tussen eigen en collectief
belang, waarin niemand meer honger lijdt, niemand meer blijvend
een verkeerd pad inslaat, er voor iedereen volop Leven is,
waarin ook het eigenbelang tot z'n recht kan komen zonder het
collectief te schaden. De bedoeling is dat we niet slechts
ieder voor zich in de goddelijke bron terugkeren, maar ook met
z'n allen. 'Ben ik mijns broeders hoeder?', vroeg Kaïn. Het
antwoord was en is 'ja', dat ben ik, wereldwijd, met z'n zoveel
miljarden! Ik geloof dus dat we 'er' nog lang niet zijn, dat de
weg die we te gaan hebben nog eeuwen zal nemen, maar ook dat
het mogelijk moet zijn: alles in allen. Een hopeloze uitdaging?
Niet als de profeten onder ons opstaan, als we ons van elkaar
durven onderscheiden, als we geduld kunnen opbrengen, onze
doelen kunnen koesteren en dat wat we vandaag kunnen doen, niet
nalaten.
Ik geloof dat het christendom het te gemakkelijk ziet, als ervan
wordt uitgegaan dat onze wereld 'rot' is en de mens niet in
staat tot wezenlijk goeds, dat we het moeten hebben van de
vermeende wederkomst van Jezus van Nazareth, die in grote
goddelijke kracht alle gespletenheid tot eenheid zal brengen.
Ik geloof daarentegen dat wij allen geroepen zijn eenheid te
werken en te leven en dat het niet aangaat dat uit handen te
geven, aan wie dan ook.
Gert Hardeman