Normaal tref ik hier niemand op een doordeweekse dag. Als ik
op m'n fiets tussen de bomen door de bocht om kom, zie ik hem
zitten, op 'mijn'
Hij schikt iets in, maar zegt niets.
'Mooie plek hier', zeg ik na een minuutje van stilte.
Hij zegt niets.
Een poosje vergeet ik hem en is het alsof ik hier gewoon
helemaal alleen ben. Dan duikt vlak over het water een
roofvogel steil omlaag om een prooi te pakken en ik merk dat
hij beweegt, naar voren komt.
'De natuur is hard', zeg ik.
'Niet zo hard als mensen', reageert hij. Dan blijft hij weer
stil. Wolken drijven voorbij; de hemel is prachtig
vandaag!
'Slechte ervaringen?', vraag ik.
Hij lijkt niet te begrijpen waar ik op doel.
'Met
'Ach', zegt-ie, 'dat valt misschien nog wel een beetje mee,
'Maar?', zeg ik.
Hij kijkt naar me, even maar. Hij beweegt onrustig. Dan
laat-ie zich toch weer tegen de rugleuning zakken. 'Ik ben
getrouwd met een twistzieke vrouw', zegt-ie. 'Eigenlijk wil ik
bij haar weg. Ik kan helemaal geen goed meer bij haar doen.
Doe ik A, dan had het B moeten zijn, maar doe ik
'Houdt ze niet van je?'
'Schijnbaar niet. Als je van iemand houdt, ben je er niet op
uit diegene zoveel als mogelijk te kwetsen. Toch?'
'Dus je deugt niet voor haar?'
'Precies! Vroeger wel, toen was het wel goed, maar kennelijk
ging ze er vanuit dat ze me wel zou veranderen. Dat ik wel zou
worden zoals zij wilde dat ik zou zijn. Een beetje wil ik daar
wel in meegaan, maar ik wil niet haar verlengde arm zijn.
'Is het erger als ze ongesteld moet worden?', vraag ik. Anders
dan in de reclame is dat vrouwengebeuren volgens mij bepaald
níét het meest feestelijke wat je kan
Hij kijkt me aan, denkt heel even na. 'Dat is wel geweest',
zegt-ie, 'maar nu haalt het niet meer uit. Nu is het eigenlijk
altijd mis. Begrijp me goed: soms is het allemaal een tijdje
best te doen, maar altijd weer komt die bitterheid terug,
zonder dat ik er ook maar enige invloed op kan uitoefenen. Het
haalt gewoon niet uit wat ik doe of laat.'
'Ze stort haar eigen ongenoegens over je uit', zeg ik. 'Wat
zit haar zo in de weg dat ze niet gelukkig is?'
'Ik zou 't niet weten', zegt-ie. 'Ik hóéf 't ook
niet meer te weten. Daarvoor zijn we veel te ver uit elkaar.
We leven vlak naast elkaar, maar u weet meer van mij dan zij.
Mijn problemen aan haar vertellen? Man, hou toch op: waar ze
maar kan, zal ze het tegen me gebruiken. Nee, ik moet weg bij
Ik zie zijn ogen glanzen. 'Verdriet?'
Een enkele traan breekt door en wordt snel weggeveegd. Hij
controleert z'n emoties met kracht. 'Dat dat nou niet anders
'Zou je
'Ik zou niet aan een huwelijk begonnen zijn', zegt-ie. 'Ik zou
vrij gebleven zijn.' Een tijdje is het stil. Het gesprek lijkt
klaar. 'Ik kan het niet begrijpen', mompelt-ie dan.
'Niet begrijpen?'
'Dat van mannen en vrouwen, dat het altijd naar elkaar
Gert Hardeman, eerder gepubliceerd onder pseudoniem P. Assant