Nabijheid
Hoe is het leven eigenlijk bedoeld? Ik stel deze vraag omdat
ik vandaag weer geconfronteerd werd met heel wat medemensen die
zozeer in zichzelf verzonken waren dat ze mij, terwijl we op
elkaars pad kwamen, niet opmerkten. Ik ken dan manco ook bij
mezelf wel. Ook ik ben iemand die graag van alles wil, met
allerlei tegelijk bezig is, een doener zogezegd. Toch vraag ik
me af of het goed is zo te leven dat slechts de eigen doelen
tellen en niet bijvoorbeeld de toevallige ontmoetingen. Door schade en schande
Niemand leeft slechts in duisternis, bij niemand ontbreekt
het goede. In onze rechtsstaat doen we weliswaar alsof, maar ik
geloof niet dat er één mens is waarin de
goddelijke vonk in beginsel niet aanwezig is. Natuurlijk,
misdaad moet bestraft. Natuurlijk? Ik las eens het verhaal van
een oude stam. Eén van de stamleden was vermoord door
een buitenstaander en die dader was gepakt. Hij stond terecht
voor de oudsten van de stam. 'Hij moet dood!', zo was de mening
van velen. Maar één van de oudsten dacht er
anders over. 'We moeten hier goed over nadenken', verzuchtte
hij. 'Krijgen we ons stamlid terug als we de dader doden? En
krijgt de dader dan voldoende kans om iets goed te maken?'
Uiteindelijk werd de dader de hut toegewezen van het
slachtoffer en ook diens job. Hij werd in de stam opgenomen. En
toen hij na vele jaren stierf, was er geen mens in de
gemeenschap die zoveel voor de stam betekend had als hij. Van goddelijke komaf
We zijn hier om lessen te leren. De belangrijkste les is
misschien wel die van het aanvaarden. Het aanvaarden van het
leven en de dood, van alles wat een begin heeft ook een einde
vindt. Aanvaarden heeft met loslaten te maken, met het weten
dus dat alles, goed en kwaad, goed is, en God is. Boven jezelf uitstijgen
Vele jaren lang heb ik assertiviteitstrainingen geleid. Ik
vind het mooi werk dat ik met plezier doe. Het is, zo stel ik
me voor, anders dan in het onderwijs, waar lang niet altijd de
juiste motivatie voorhanden is. Groepsleden in zo'n training
zijn per definitie gemotiveerd, willen er iets van maken en
hopen te leren boven zichzelf uit te stijgen. Kuddedieren?
Ik dacht dat godsdienstoorlogen bij het verleden hoorden,
maar ik heb mijn idee daarover de voorbije tijd helaas moeten
bijstellen. Voor velen heeft geloof kennelijk andere waardes en
andere implicaties dan voor mij. We hebben de vruchten daarvan
in eigen land al eerder geproefd, bijvoorbeeld in de moord op
Theo van Gogh en de reacties die die moord teweegbracht.
Inmiddels kent de hele wereld, dankzij de agressie die ze
opriepen, de spotprenten uit een Deense krant. Het
psychologische en pedagogische mechanisme waarin negeren het
krachtigste middel is om welk gedrag dan ook te bestrijden,
wordt naar het schijnt niet meer gekend. Tijden
ver Ik bid dat haar dagen bekort worden
Langzaam sterft ze weg. Ik ken haar vanaf eind zeventiger
jaren, 66 is ze nu. Ze kreeg kanker, inoperabel. Ze teert weg,
langzaam maar zeker. Nog maar een paar jaar geleden waren mijn
vrouw en ik met haar op audiëntie bij de paus. Het was
haar eerste buitenlandervaring en haar eerste vliegreis. Levensautootje
Hoe komt het toch dat zoveel mensen niet worden die ze
eigenlijk zijn? Een paar gesprekken vandaag bepalen me bij die
vraag. Ieder mens is uniek, daar ga ik vanuit. Eveneens uniek
is ieders levenspad. Ik kan niet en nooit het pad van een
willekeurige lezer van deze pagina gaan, evenmin als hij of zij
het mijne volgen kan. Niemand zal tot doel of bestemming komen
als niet het unieke persoonlijke pad gevonden wordt. Daar ligt,
denk ik, het manco, als mensen niet worden die ze ten diepste
zijn, die ze behoren te zijn willen ze zichzelf recht kunnen
doen. Kan het zijn dat mensen het eigen pad niet vinden als ze
niet geleerd hebben zichzelf serieus te nemen, als ze
waardering en respect hebben moeten ontberen, als hun opvoeding
niet stimulerend was, maar blokkerend? Mensen schieten soms
zeer tekort in zelfrespect, gevoel van eigenwaarde. Hoe zal een
mensenkind deze zelfwaardering ontwikkelen als er geen
opvoeders waren die zulke gevoelens voor zichzelf hadden en ook
aan hun kind wisten door te geven? En zo zie je generaties lang
mensen hun pad niet vinden, dwalen op andermans wegen, verdoold
raken in de woestijn van een niet passend klimaat.28-2-2006
Hoe is het bedoeld? Ik heb een paar prachtige kleindochters met
wie ik heel regelmatig optrek. Vijf en drie zijn ze, mooie
leeftijden. Ook een wereld van verschil op deze leeftijd, die
twee jaar. Als ik naar hen kijk, zie ik dat er ook bij hen heel
wat langszij schiet. Ook zij zijn bezig in hun eigen wereldje.
Daarop zijn ze gericht. En dikwijls laten ze zich door
onvoorziene zaken niet van de wijs brengen en blijven ze
gericht op wat hen bezighoudt, for the time being. Het heeft
dus iets natuurlijks, iets zoals het bedoeld is, als mensen
zich niet van de wijs laten brengen en buitensluiten wat in hun
doelen van het moment niet past.
Natuurlijk besef ik dat mensen zich steeds verder ontwikkelen
en dat dus juist ouderen de ruimte zouden kunnen hebben
verworven om open te staan voor wat het leven op welk moment
dan ook aanreikt. Veel ouderen hebben die ruimte niet en veel
jongeren weer wel. Een kwestie van leeftijd lijkt het niet.
Heeft het dan te maken met de mate van sociale ruimte die
iemand in aanleg meekreeg? Het lijkt me een voor de hand
liggende optie. De één heeft meer wiskundig
inzicht, de ander een talenknobbel. De één
doorziet allerlei psychische mechanismen van nature, de ander
is dit soort logica niet bij te brengen. De één
is sociaal intelligent, de ander heeft iets geheel anders, maar
dat juist niet!
De vraag is ook hoe je als mens in het leven staat, wat je
wezenlijk belangrijk vindt. Maar het is niet de enige factor.
Je kunt het heel belangrijk vinden om ruimte te hebben voor
toevallige ontmoetingen, maar tegelijk zoveel ruimte inruimen
voor andere zaken dat de ruimte voor dat wat je echt belangrijk
vindt eenvoudig niet meer gevonden wordt. Het zou kunnen dat je
die andere zaken wezenlijk minder belangrijk vindt, maar er
toch voor kiest. Waarom kies je tegen jezelf? Wie bepaalt de
route van je levensweg, jijzelf, of anderen, of een
tegenstrevende kracht in jezelf? Is het dan een tekort aan
verworven vrijheid dat je kiest voor andere zaken dan die waar
je eigenlijk voor zou willen gaan?
Natuurlijk, anderen kiezen bewust voor een doelgericht leven.
Misschien is daar ook niets mis mee. Misschien volgen deze
mensen wel het meest hun eigen natuur, doen juist zij zichzelf
het meeste recht. Toch lijkt het mij een verschraling als je
doelen je ruimte zozeer inperken dat je niet meer buiten de
gebaande paden of juist niet gebaande paden treden kunt. Ik zou
niet graag leven zonder de verrassingseffecten die het leven
steeds opnieuw voor mij in petto heeft, alhoewel er natuurlijk
ook minder plezierige verrassingen
Wie zijn wij eigenlijk? Wie is de mens? Wat zijn we anders dan
geestelijke wezens die zich tijdelijk belichamen? Want is ons
lichaam wie we zijn? Of is het het voertuig waarmee we op weg
kunnen om te worden die we zijn? Is dat misschien het
uiteindelijke doel waartoe we hier zijn, om meer te worden wie
we zijn? Als dat zo is, helpen onze doelen waar we al onze
ruimte aan geven ons dan onszelf te vinden? Is dat een
criterium? En is het eerst nodig jezelf te vinden voor je
anderen kunt vinden, voor je daartoe ruimte vindt? Precies weet
ik het niet, maar er moet, lijkt mij, een samenhang zijn tussen
ruimte hebben voor jezelf en ruimte voor de anderen.
Ruimte, is dat niet vooral luisteren, jezelf leegmaken en
luisteren naar je eigen diepe verlangens en angsten en
vervolgens ook naar die van de ander? Er zijn, er bij zijn,
deelgenoot worden? Ruimte, is dat niet een aanraking, een hand,
een gevoelsvonk die overspringt? Voor dat alles is natuurlijk
ruimte nodig bij mens en medemens beide. Er wordt zoveel
gesproken om dingen niet te 22-2-2006
Zo is het in onze rechtsstaat niet. Er moet geboet worden. We
sluiten daders buiten, ook als ze hun straf hebben uitgezeten.
We zijn in staat hen als het ware vast te pinnen op hun
vergrijp en ze zo te stigmatiseren dat ze vrijwel geen andere
keus hebben dan op hun weg van duisternis door te gaan of terug
te keren. Zo doen wij dat. Dat is betreurenswaardig.
Natuurlijk, niet elke dader kan zomaar in de getroffen
gemeenschap worden opgenomen. Maar aan de effectiviteit van ons
rechtssysteem twijfel ik wel.
Wij allen leren lessen, ons leven lang. Gelukkig maakt niet
ieder daarin fouten die als misdrijf gezien worden, maar toch:
bij het leren van lessen zijn foute keuzes onontkoombaar, zelfs
onontbeerlijk. Vaak leren juist onze fouten ons onze meest
belangrijke lessen. Tegelijk sluiten we mensen uit zonder dat
we nagaan of weten wat hun fout hen geleerd heeft. Is het de
ontkenning van het kwaad in onszelf dat ons de ogen doet
sluiten voor de ander? Soms ben ik bang dat we er ons te
gemakkelijk van afmaken. Dat we de ander kansen onthouden
vanuit een rechtsgevoel dat is gebaseerd op angst voor het
eigen kwaad. Zoals we die angst de kop indrukken, trachten we
onze angst voor daders ook te controleren. Alsof kwade
krachten, noodzakelijk als ze zijn om levenslessen te leren,
zich zouden laten blokkeren. Ik denk dat er maar
één manier is om te leren tot goede keuzes te
komen. Dat is ervaren hoe het is om kwade keuzes te maken,
voelen hoe dat voelt en zien wat de effecten ervan zijn, voor
jezelf en voor de ander.
Het christendom, waar toch een belangrijk deel van onze
rechtsstaat nog op gegrondvest is, leert ons een niet bestaand
onderscheid, dat tussen go(e)d en kwaad. We wenden ons van het
laatste af, blokkeren het gewoon, maar het effect van dit
mechanisme is zomaar dat ook het goede in ons niet meer tot
zijn recht kan komen. Dat gebeurt altijd als iets geblokkeerd
wordt: het werkt door op het hele continuüm. Zoals ik bij
sommige mensen met een homoseksuele geaardheid die zij niet van
zichzelf konden accepteren vond dat ze met het blokkeren van
hun seksuele verlangens waren begonnen alle verlangens uit de
weg te gaan. Zo eenvoudig is het dus niet. Blokkeren van wat je
in jezelf niet aanstaat, zal zich op den duur zeker tegen je
keren. Hoe belangrijk is het dat mensen om je heen dit
mechanisme (her)kennen en er met je over in contact treden.
Want in plaats van ze te blokkeren, zul je met je gevoelens
moeten leven, zul je aan het kwaad in jezelf moeten ruiken, met
dat kwaad wellicht moeten experimenteren. Wat kan het helpend
zijn om op die weg een medemens te hebben die je in vertrouwen
nemen kunt, die je helpt zoeken naar wegen waarop je noch
anderen, noch jezelf tekort doet.
Zet twee mensen samen op een onbewoond eiland en biedt ze alle
ruimte, alle vrijheid. Geef er slechts één verbod
bij: een boom waarvan niet gegeten mag worden of een verbod op
seksuele omgang met elkaar. De mens is zo door God geschapen
dat hij of zij uiteindelijk die kwade keuze móét
onderzoeken, desnoods door schade en schande wijs moet worden.
Daar is niets mis mee. Dat is van den beginne zo geweest.
Alleen de mens die zichzelf weet te robotiseren, zal
standhouden, maar hij of zij is dan ook geen volledig mens,
want niet vrij.
We leren onze lessen met vallen en opstaan, letterlijk vaak.
Dat vallen is heel heilzaam. Het leert je waar je op letten
moet. Laten we van onszelf en van elk ander accepteren dat er
gevallen wordt. Laten we steun zoeken in ons eigen vallen en
hulp bieden wanneer de ander valt.
21-2-2006
Als je van licht houdt, waardeer je contrasten, scherp tekenend
of vervagend. Licht is er op een glijdende schaal van
goddelijk, dus niet met een menselijk oog waar te nemen qua
intensiteit, zeg van 100 op een honderdpuntsschaal, tot nul,
tot volledig donker dus. Duisternis is daarom geen op zichzelf
staande grootheid, het is slechts het ontbreken van licht.
Vroeger had ik een fototoestel waarvan je het diafragma, zeg de
pupil, handmatig moest instellen. Evenzo had ik een
vergrotingsapparaat, waarvan ik bij het maken van fotoafdrukken
de lichtintensiteit die door het negatief werd doorgelaten
intuïtief beoordeelde en op basis daarvan, eveneens
intuïtief, een diafragma en een belichtingstijd koos.
Beide, het beoordelen van het te fotograferen beeld en van het
op film vastgelegde beeld, leerden me dat alles licht is en dat
duisternis een uiterste is op de schaal van licht. Bij dat
afdrukken van foto's speelt nog iets anders een rol. Je gaat
uit van negatief: wat licht is in het oorspronkelijke beeld,
wordt donker en wat donker is, blijft licht. Want
oorspronkelijk is elke film, als je hem zou ontwikkelen zonder
een foto genomen te hebben, puur licht. Pas het gefotografeerde
licht kleurt het negatief donker.
Teruggaand naar het menselijke: in termen van licht kunnen we
slechts spreken van meer, minder of geen. Volgens mij is het
met goed en kwaad net zo: er is meer of minder goed, of alle
goeds ontbreekt. Kwaad bestaat niet, hoogstens kun je zeggen
dat iemand van alle goeds verstoken is. Daarom geloof ik niet
in een duivel als een tweede goddelijke macht, die het opneemt
tegen het goede. Wat er speelt is dat het licht ontbreekt, of
dat er in het geheel geen goeds is. Het licht en het goede zijn
de krachtenvelden die in ons leven actief zijn, meer of minder.
Duisternis of kwaad spelen geen rol.
Wij zijn van goddelijke komaf. Dat geloof ik. We zijn deel van
het goddelijke. Het goddelijke is goed en puur licht en wij
herbergen die eigenschappen in ons. De vraag is slechts of we
deze goddelijke krachten tot hun recht laten komen, of we het
diafragma openzetten of sluiten. Een leven lang leren we
lessen, krijgen we kansen om het licht te zien en het goede te
zoeken. Een leven lang keren onze lessen altijd op ons
levenspad terug, zolang we ze niet door en door geleerd hebben.
Als we nu maar niet ontevreden worden met onszelf. Als we maar
niet te hoge eisen stellen. Als kind van God hebben we het
licht, het goede in ons, ieder in eigen intensiteit en
gradatie. Als we daar nu maar tevreden mee zijn. Als we ons
maar niet beginnen te vergapen aan licht en goedheid van
anderen. Want dan gaat het mis. Als onze mogelijkheden maar
niet door opvoeders gekleineerd worden of in de grond geboord.
Als we nu maar leren onszelf te waarderen, in innerlijke
harmonie te komen, met ons licht en met het ontbreken van
licht, met onze goedheid en het gemis daarvan. Als we de
grenzen van ons kunnen nu maar respecteren, als we maar alleen
durven worden die we zijn. Want daar gaat het mis. Mensen die
niet tot hun recht komen, draaien hun diafragma dicht, zodat er
geen licht meer binnenkomt. Ze wenden zich af van het goede in
zichzelf om doelen buiten zichzelf te dienen. Als het licht dat
je ontvangt niet meer positief onthaald wordt, of als je geen
licht meer wenst te ontvangen, als je je in ontrouw aan jezelf
afwendt van het goede, dan dooft de vlam en ben je jezelf
kwijtgeraakt. Het licht is er nog altijd, maar het vindt geen
weg meer. Het goede raakt gevangen in boeien van gehechtheid,
twijfels, wanhoop of pijn. Dat is geen leven, dat is pas dood!
20-2-2006
Ik gebruik deze term expres: boven zichzelf uitstijgen. Want
vaak ook moeten groepsleden, gaande de training, achterblijven
bij anderen, redden ze het niet of komen ze in contact met
conflicterende belangen die hen verlammen. Wat opvalt is dat in
een succesvolle groep groepsleden elkaar als het ware meenemen
in de vaart van het grotere geheel en dat het in minder
succesvolle groepen voor de 'sterkeren' relatief moeilijker is
hun vorderingen te bevechten. Persoonlijke motivatie hangt zo
samen met de spankracht van het groepsgeheel.
Veel mensen die hulp zoeken om beter voor zichzelf op te leren
komen, hebben van huis uit geleerd dat juist niet te doen, of
het is ze afgeleerd door blokkerende opvoeders. 'Kinderen die
willen, krijgen voor de billen.' Die opvoeders zullen gedaan
hebben wat ze konden, ze zullen gewoon niet meer in huis gehad
hebben of ze zullen vastgezeten hebben in eigen onzekerheden of
(twee)strijd. Hun beperkingen lijken helaas vaak over te gaan
op die 'kinderen die willen' of dus juist niet willen. Veel van
deze mensen verlangen een leven met meer gevoel van
eigenwaarde, met een vrijere sociale omgang, maar brengen het
uiteindelijk niet op om wezenlijk te veranderen. Ze kunnen het
niet aan omdat ze zich niet van ouders of familie willen of
durven onderscheiden. Soms bedreigt een meer assertieve
opstelling rechtstreeks hun relatie en daarmee hun
gezin. Ze voegen zich, kiezen ervoor aangepast te blijven en
behalen in een training zo niet het gewenste resultaat.
Anderen gaan wel op pad op hun persoonlijke weg van verandering
en boeken wel succes na succes. Ze krijgen er plezier in,
overwinnen knagende schuldgevoelens en gaan tot lang na de
training door in hun eigen ontwikkeling hierin.
Ik zie een factor die ik als grote vijand herken: het ontbreken
van mogelijkheden voor persoonlijke groei. 'Het zit er gewoon
niet in', moet regelmatig de conclusie zijn. En toch: ook deze
mensen willen graag, vragen om nog eens mee te mogen doen,
zetten zich in. Ik zou ze zo graag een wat meer
veranderingsgerichte instelling gunnen, wat meer wilskracht en
durf en een wat helderder begrip. Van mij mogen ze ook altijd
op herkansing, alhoewel sommigen bij herhaling vastlopen op de
discrepantie tussen verlangen en eigen kunnen.
Eén ding is duidelijk: zij allen zijn aimabele mensen,
zijn om van te houden. Soms denk ik dat juist daarin het manco
aan de basis ligt, dat er niet of te weinig van ze gehouden is
of wordt. Mensen willen zo gemakkelijk dat 'de ander' anders is
dan hij of zij is, accepteren zo moeizaam het eigene of het
andere. 'Je bent uniek', zeg ik dikwijls, 'je mag er zijn zoals
je bent en je mag willen en niet willen wat je (niet) wilt.'
Maar zolang iemand zelf niet aan dit beleven toe is, is het
niet echt over te dragen. De verdrukking van het verleden of de
angsten van het heden blijven dan blokkeren en perken de
vrijheid van het eigene danig in.
19-2-2006
Ik weet heel goed dat de meeste blanken en de meeste christenen
niet achter nodeloze kwetsing van groepen medemensen staan.
Datzelfde zal vast en zeker ook voor de meeste moslims gelden.
Want publiekelijk de spot drijven met iets wat voor een ander
heilig is, staat heel ver van de intenties van het geloof van
zowel christenen en humanisten als van dat van moslims. Noch de
spotters, noch allen die vervolgens te hoop lopen, hebben iets
van die intenties in zich en dat is betreurenswaardig. Zij
allen demonstreren slechts hoe het niet de bedoeling is in een
samenleving die zich bewust is van er samen voor te staan,
elkaar nodig te hebben, niemand te kunnen missen bij het
ineenslaan van de handen. Zij allen houden zich onledig met
waar we ons als mensheid slechts mee omlaaghalen en, naar ik
vrees, zij allen komen niet toe aan de opdracht waar we als
mens en als mensheid voor gesteld zijn.
18-2-2006
Ze was een eigenzinnig mens, vaak viel er geen land met haar te
bezeilen. In onze gezamenlijke begintijd heeft ze me eens
achternagezeten met een hooivork. Ze bezorgde me grijze haren.
Ik hield van haar. Liefde hoeft niets met seks te maken te
hebben, kan er volledig los van staan. Liefde is iets hebben
met elkaar, de ander graag gelukkig zien en daar een steentje
aan willen bijdragen, zoiets. Dat hoeft niet op gelijk niveau,
niveau heeft er evenmin iets mee te maken.
Nu ontglipt ze me. Ik had eergisteren het gevoel dat het de
laatste keer was geweest, dat ze aan haar eind was. Maar ze is
een taaie! Toch, ergens was ze al weg. Ik sprak met haar over
de pastoor, die de ziekenzalving zou willen doen. Hij liet me
een aantal weken geleden weten dat ze die had geweigerd. Of ik
de pastoor zou vragen nog eens langs te komen, vroeg ik. 'Doe
maar niet', zei ze, 'ik heb er geen zin in.' Ik sprak met haar
over haar begrafenis, vroeg of ze wensen had. Die had ze niet.
Ze noemde alleen de naam van de begraafplaats waar ook haar
ouders liggen en waar ik af en toe met haar kwam. Daar wil ze
liggen, maar dat wist ik allang.
Ik hield van haar, ondanks haar onrustige geest. Beelden
spookten jarenlang bij haar rond en ook met haar medicatie, die
ze ten slotte accepteerde, werd ze er nooit vrij van. Ze zag
mij als 'van de maatschappij', om haar in de gaten te houden en
voor haar te zorgen. Zo is ons contact inderdaad begonnen, ik
als functionaris, zij als cliënte. Maar zoiets verandert
soms. Tussen ons veranderde het. Over de situaties waarin ik
haar door de jaren heen aantrof, zou ik een boek kunnen
schrijven. Een bijzonder mens.
Ze was als de dood voor de dood. Enkele jaren geleden, toen de
tante naar wie ze vernoemd is stervende was, kon ik haar voor
het eerst met de dood in contact brengen. Eerder was het me bij
het overlijden van haar moeder en de begrafenis daarna niet
gelukt. Ze ontkende gewoon, wilde er niet aan en ik ging voor
haar, terwijl ik met haar had willen gaan. Daarom, toen tante
stierf, vond ik dat ze eraan moest geloven, al was het alleen
maar omdat ze zelf ooit ook zou moeten sterven. Na het
ziekenbezoek, lopend door de gang van het ziekenhuis, zag ik
haar huilen, de enige keer dat ik dat heb gezien. Op de
begrafenis was ze erbij, samen met mij. En na de koffietafel
wilde ze terug naar het graf, waar we, het was inmiddels gaan
stortregenen, een tijdje gearmd roerloos hebben gestaan, tot
het genoeg was, tot het goed was. Nu heeft ze geen angst. Of ze
vertrouwen heeft, kan ik niet peilen, ik heb het gevoel van
wel. Het is goed nu, alles is goed. Bijna is haar cirkel rond
en keert ze terug naar vanwaar ze kwam. Dat is altijd goed!
Ik bid dat haar dagen nu bekort mogen worden.
15-2-2006
Eerder schreef ik over de man die een zwartkijker ontmoette. De
zwartkijker, Z., ervaart onze wereld als uitgewoond, want hij
kijkt vooral naar alle duisternis. Hij ziet geen toekomst voor
zichzelf en geen voor zijn kinderen. Wat hij ziet is onrecht,
bureaucratie, vervuiling, onverschilligheid, geldzucht en
corruptie. Hij wendt zich af en poogt anderen met zich mee te
sleuren. De man, P., die hij ontmoet, legt hem uit dat
duisternis nodig is om ruimte te hebben voor het Licht. Hij
stelt hem voor om te beginnen met het zelf allemaal anders te
doen, niet langer gericht op duisternis, wel op Licht. Twee
dagen later treffen P. en Z. elkaar opnieuw, nu in de rust en
het Licht van Gods vrije natuur. Z. komt naar P. toe en klaagt
dat hij zich machtig machteloos voelt in alle duisternis
rondom. P. kijkt demonstratief in het rond en vraagt waar Z.
dan toch duisternis ontwaart. Z. noemt P. dan een struisvogel,
waarop P. zegt dat hij Z. ook een struisvogel vindt. 'Van de
andere kant', vult Z. voor zichzelf
'Verkoop me het beste stuk grond dat je hebt', zei de man tegen
de makelaar. 'Ieder stuk hier is het beste stuk', was de
reactie. Het één is dus niet meer dan het ander,
het is anders, dat wel. Het stuk dat het best bij je past, is
het beste stuk voor jou. De keuze kun je alleen zelf maken, dat
kan niemand voor je doen, zelfs geen vader of moeder. Tekort
aan zelfwaardering groeit, langzaam maar zeker, als anderen je
keuzes voor je maken. Als je ouders dat te lang voor je gedaan
hebben, is het risico dat je een strategie ontwikkelde waarin
je altijd opnieuw anderen uitlokt om voor jou te kiezen. Dat is
lastig voor die anderen en het is fataal voor jezelf. Anderen,
aan wie je jezelf uitlevert, die je voor jou laat beslissen,
komen aan je tekort, want leren je niet kennen als wie je ten
diepste bent. Dat kan ook niet, want je durft jezelf niet eens
te zijn. Misschien weet je zelfs niet eens of niet meer wie je
zelf bent! Voor jezelf is zo'n strategie, als je niet oppast,
fataal, want als je je eigen weg niet vindt, zul je niet
gelukkig kunnen zijn, zul je in duisternis blijven. Als je
opvoeders je niet gaven waar je recht op had, of als ze dat
niet konden geven, kun je daar een leven lang mee rondzeulen,
blijven mokken, het aangeleerde patroon van afhankelijkheid
eindeloos continueren. Je kunt het ook doorbreken en
concluderen dat je een en ander hebt gemist, bent
tekortgekomen. Vervolgens zou je het heft in eigen handen
kunnen nemen, zelf verantwoordelijk kunnen worden. Dat kan knap
beangstigend zijn, maar het is de enige weg. Jij rijdt jouw
levensautootje, het kan door niemand anders bestuurd worden.
Maar misschien sta je anderen, die een stukje met je meerijden,
te vanzelfsprekend toe dat ze aan je stuur beginnen te trekken.
Dat is levensgevaarlijk! Dat brengt je zomaar naast je eigen
weg en als je niet oppast knal je ergens tegenaan of verdrink
je in de diepte. Gewoon omdat de weg van wie anders dan ook
nooit jouw weg kan zijn! Zelf verantwoordelijkheid nemen is
over je opvoeding, met z'n plussen en z'n minnen, heenstappen
en je leven voor eigen rekening nemen, vader en moeder worden
voor jezelf. Als je leert van jezelf uit te gaan, kun je op weg
om jezelf te leren kennen. Je gevoelens, je intuïtie,
wijzen je de weg. 'Gevoel is gevaarlijk', leerde mijn moeder
me. Zonder gevoel word je nooit jezelf, is mijn reactie. Je
gevoel is een zintuig, zeg het zesde, en wijst je je weg. Stem
wel precies af op de goede frequentie, want oude patronen
blijven lang hun toontje meezingen in de gevoelsether. Soms zal
dat oude vertrouwder lijken en veiliger, soms zul je struikelen
en opnieuw jezelf tekort of onrecht doen. Sta op als een kind
dat lopen leert. Het gaat om jou, om jou alleen. Pas als dat
heel duidelijk geworden is, komt de tijd dat je misschien iets
kunt worden voor een ander, hier of daar.