Af en toe wordt me gevraagd wie ik ben en wat mijn (geloofs)achtergrond eigenlijk is. Ik wil daar hier iets over schrijven.
Ik ben geboren in 1946 als oudste in een gezin met acht kinderen en opgegroeid in Veenendaal. Van huis uit kreeg ik een christelijk gereformeerde geloofsopvoeding mee en tot na mijn twintigste ben ik daarin serieus actief geweest. Ik heb ook belijdenis gedaan in de christelijk gereformeerde kerk.
Ik heb een deel van de kweekschool gedaan, tot en met zoals dat toen heette de eerste leerkring. Ik maakte in die tijd langdurig een persoonlijke crisis door, waar nog moeilijker uit te komen was omdat ik meende dat God niet antwoordde, terwijl ik dat wel verwachtte. Na de kweekschool afgebroken te hebben, voldeed ik mijn militaire dienstplicht bij de Militair Geneeskundige Dienst. Daarna deed ik de opleiding voor psychiatrisch verpleegkundige, na een paar jaar ervaring gevolgd door die voor sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Na de toenmalige zogenaamde kaderopleiding deed ik ook nog de opleiding groepspsychotherapie van de Nederlandse Vereniging voor Groepspsychotherapie.
In mijn huwelijk ging ik over naar de gereformeerde kerk synodaal, maar
in onze toenmalige woonplaats Ede ervoer ik de kerk meer als
frustrerend dan als stimulerend, waarop we in 1973 ons lidmaatschap
beëindigden. Sindsdien zijn we geen kerklid meer geweest, alhoewel
we een periode kerkten bij de baptisten in Arnhem en
langdurig actief waren in de oecumenische gemeente in de wijk
waarin we nu al meer dan vijfentwintig jaar wonen. Helaas sloeg de in deze
gemeente aanwezige groeiende ruimte voor meer persoonlijke geloofsinvulling
om in een sterker wordende nadruk op het dogmatische denken en bleek
het niet mogelijk de oecumene te doen groeien over de grenzen van het
christendom heen. Veeleer involueerde deze gemeente, toen er eenmaal
een eigen kerkgebouw was gekomen, tot een soort SoW-kerk met misschien
nog een heel klein
Ik noem me geen christen meer. Ik ervaar die benaming als te belastend. Ik heb de Jezusverering en de bijbelverering dan ook achter me gelaten. Ik denk dat in mijn geloven nu ook boeddhistische elementen zitten, maar ik voel geen behoefte meer me formeel ergens bij aan te sluiten, temeer nadat me in een drieweeks verblijf in een boeddhistisch klooster (Hawaï) bleek dat ik me ook daar niet op mijn plaats kan voelen. De vrijheid van het een op zichzelf staand gelovige te zijn, is me lief geworden. En door de jaren heen is mijn geloof, naar mijn gevoelen, verdiept. Ik geloof nu in dat wat ik zelf aan het Hogere ervaren kan.
In 1998 kreeg ik mijn eerste herseninfarct en sindsdien werkte ik een achttal jaren, tot m'n zestigste, nog slechts
beperkt als hulpverlener en groepstherapeut bij de Riagg waar ik op dat
moment 23 jaar mijn beste krachten gegeven had. Eigenlijk heb ik in mijn
werk daar veel te veel van mezelf gevraagd en, achteraf bezien, te zeer
misbruik van me laten maken. Ik heb nooit echt geleerd afstand te nemen van de problemen van mijn cliënten om daarmee mezelf te
Gert Hardeman