Regelmatig loop ik ertegenaan, ook in mijn eigen familie, tegen
christenen die echt geloven dat er maar één weg
is waarop de mens behouden kan worden, namelijk die van het
christendom. Als het gaat om mensen die emotioneel op enige
afstand van mij staan, heb ik daar niet direct moeite mee, maar
komt het dichtbij, dan voel ik die christelijke overtuiging als
een soort wig die ons in emotionele zin uiteen drijft en die
afbreuk doet aan mijn me geaccepteerd voelen.
De oorsprong van het probleem lijkt me te liggen in de bijbel,
als die ervaren wordt als hét absolute woord van God,
waarin ik niet meer geloof. Het was Athanasius (aartsbisschop
in Alexandrië, 295 - 373) die rond 360 uit de toenmalige
bibliotheek van religieuze geschriften koos welke samen de
bijbel zouden gaan vormen en welke buiten de goddelijke boot
moesten vallen. Natuurlijk: in elke daad van elk mens zit iets
goddelijks en dat zal in zijn schifting ook niet ontbroken
hebben, maar om nu van dan af aan te zeggen dat alleen wat hij
toen uitkoos het woord van God is en al het andere van toen en
later tijd niet, dat wil er bij mij niet in.
De wijze van dit bezien en geloven verschilt soms zozeer dat ik
met die christenen hierover niet zinvol kan communiceren. Het
is immers zo dat ik, zonder de christelijke visie en zoals ik
de dingen nu bezie, voor hen 'verloren' ben. Complicerend is
voor mij daarbij nog dat deze mensen mij dat meestal zo niet direct
zeggen, maar dat het voor hen intussen wél zo is, omdat
zij dat in hun manier van bijbellezen zo verstaan. Wat mij
betreft was het dan duidelijker en eerlijker als zij mij dan
ook gewoon maar zeiden dat ik op weg ben naar de hel.
Maar omdat er volgens dezelfde bijbel niet geoordeeld mag
worden, wordt de eigen innerlijke overtuiging 'naar Gods woord'
achtergehouden en voel ik de afwijzing van mijn voelen en
denken alleen maar impliciet en doet die dus direct en
meedogenloos afbreuk aan de emotionele relatie, zonder dat ik
er een kant mee op kan. Ik ervaar het als een gemis aan
respect, omdat ik immers niet goed ben zoals ik ben, als een
loochening van alles wat ik op mijn levensweg tegenkwam en wat
mij langzaam hielp worden die ik geworden ben, als een bron van
non-acceptatie en afstand die ik niet wens.
Ik kan het nog zo dikwijls en zo duidelijk zeggen dat ik de weg
van de bijbel níét afwijs, dat die weg volgens
mij óók een weg naar God toe is, niet minder dan
de mijne, maar ook niet meer, de grondhouding die ik voel is
die van een soort meewarige onmacht omdat ik kennelijk niet met
de ene weg van de bijbel te bereiken ben en daarmee dus niet door
God kan zijn aangeraakt en uiteindelijk, als ik mij niet bekeer,
verloren zal gaan!
Dit is religie zoals die niet zou moeten bestaan. Zo drijft zij
mensen uit elkaar. Zo verliezen we het leren aan elkaar, het
verrijken van elkaar, zo breken we, ook al is dat de bedoeling
niet, degene die anders ervaart en gelooft af. En daartoe
hebben we in mijn ogen het recht niet. Ik roep christenen op
andersgelovigen serieus te nemen, ze in elk geval in hun wijze
van geloven niet op voorhand af te wijzen. Mocht uiteindelijk
blijken dat, zo geloof ik het, álle wegen naar God toe
leiden, dan maakt dat God niet kleiner, dan zal elke oefening
hier om samen op weg te zijn, ieder de eigen weg, al het latere
alleen maar verrijken.
Gert Hardeman