20-10-2006

Suikerfeest en tweede pinksterdag

De islam is één van de grotere godsdiensten in Nederland. Op zich niet vreemd dus dat er stemmen opgaan om één van de christelijke algemene feestdagen in te leveren voor bijvoorbeeld het Suikerfeest. Het CNV gooide het balletje op en ving het zelf ook alweer uit de lucht.

Een teken van goede wil naar de moslims in ons land, zo wordt het ruilen van een eigen feestdag voor het Suikerfeest wel ervaren. Veel Nederlanders doen immers graag een gebaar naar anderen? We zijn als volk wellicht meer dan welk ander volk dan ook zelfs geneigd de eigen taal, zodra daartoe gelegenheid is, in te leveren om mee te kunnen doen in het grotere geheel. We staan buitenlanders als het even kan te woord in hun eigen taal, zowel als we bij hen te gast zijn als wanneer zij onze gast zijn.

'Stel nu dat de Nederlandse minderheid in bijvoorbeeld Turkije zou proberen in te grijpen in de Turkse cultuur door een islamitische feestdag af te willen schaffen om een feestdag uit de Nederlandse cultuur in te kunnen voeren', zo hoorde ik dezer dagen iemand vragen, 'zouden we dat als Nederlanders niet beschouwen als verregaande arrogantie?' Het was duidelijk dat die persoon, net zoals kennelijk de meeste Nederlanders, geen behoefte had aan een gebaar naar de moslims in ons land.

En toch ... We kozen voor een multiculturele samenleving. Of kozen we daar eigenlijk niet voor? Als we daarvoor kozen, is het verbinden van consequenties aan die keuze dan geen logisch vervolg?

17-10-2006

Pubers: ikke niet!

Twee jongens voorop, een jongen en een meisje achter: ze zijn een jaar of vijftien en kennelijk op weg van school naar huis. Achter hen aan klim ik op mijn fiets het viaduct over de autoweg omhoog. De zon verblindt; het is een mooie oktobermaand. Dan zie ik een plastic bakje door de lucht vliegen en in de berm landen. Een stuk onverteerbaar verpakkingsmateriaal volgt. Ik zet de voeten stevig op de pedalen en kom voor even naast de achterste twee. Het meisje fietst buiten, ze is bezig een snoepverpakking te openen. Ik denk dat het afval van haar gekomen is. 'Ik vroeg me af of je dat van je ouders leert', vraag ik haar vriendelijk. Ze giechelt, de jongen naast haar wendt zich af. 'Of was jij het die het afval van je af gooide?', vraag ik hem. Hij kleurt rood, het laat hem niet helemaal koud. 'Ik vroeg me af of je dat van je ouders leert', herhaal ik. 'Ja, dat leer ik van mijn ouders', repliceert-ie. 'Dan heb ik medelijden met je', zeg ik. 'Ikke niet', zegt hij.

13-10-2006

Zwijgen over het geloof?

In de Volkskrant bespreekt Pieter Hilhorst het boek 'Over het islamisme' van Fouad Laroui. Fouad is kennelijk gelovig, maar niet godsdienstig. Voortgekomen uit de islam brengt hij ideeën naar voren die ik bij mezelf, voortgekomen uit het christendom, herken.

Islamisten maken het geloof banaal en verlagen God daarmee. Daarom onderscheidt Fouad geloof en godsdienst. Geloof is individueel. Het is het zoeken van de rusteloze ziel naar het onnoembare, het onzegbare. Godsdienst heeft betrekking op de relatie tussen gelovigen en dus op regels en groepsgevoel en ook op wij tegen zij.

Geloof is belangeloos. Je gelooft niet om een beloning te krijgen. Fouad bepleit de individualisering van het geloof. Over zijn eigen geloof schrijft hij niet, dat vindt hij te persoonlijk. Het ideaal is godsdienstige tolerantie, het je niet bemoeien met andermans geloof. En over God kunnen we volgens Fouad maar beter zwijgen.

Fouad's ideeën gaan ook op voor het christendom. In mijn visie maakt ook het christendom God banaal in de menselijke beelden die er van het goddelijke gemaakt worden. Ook ik ben voor individualisering van het geloven. Als mens heb je genoeg aan wat je persoonlijk aan het goddelijke ervaren kunt. De stellingname dat je over God maar het beste kunt zwijgen, deel ik echter niet. Ik ben voorstander van luisteren naar elkaar, van uitwisseling van wat we als verschillende mensen met verschillende geloven aan het goddelijke ervaren.

Zie ook hier en hier!

10-10-2006

Agressie in de publieke ruimte

Twee medewerkers van de sociale dienst in Zeist zijn door een bezoeker neergestoken en ernstig gewond geraakt. Dat ondanks dat het desbetreffende pand is ingericht volgens de laatste veiligheidseisen. Ik ken dat van mijn vroegere werk als hulpverlener bij de Riagg. Alles wat bij de balie passeert, wordt op kleurenvideo vastgelegd en enige tijd bewaard. De balies in het gebouw zijn verhoogd en veelal van een openschuifbaar loket voorzien. De secretariële ruimtes zijn afgesloten met een combinatieslot. Er zijn alarmknoppen, waarop een aantal buzzers van aanwezige, liefst stevige kerels zijn aangesloten. Dat alles is in het laatste decennium opgebouwd. Natuurlijk, voorheen was er ook wel eens agressie, kreeg ik ook al eens een telefoon naar m'n hoofd geslingerd en ben ik zelfs een keer (voor korte tijd) buiten westen geslagen. Ook vroeger hadden we de politie regelmatig in huis, maar het is allemaal nogal toegenomen. Terwijl het voorheen vooral psychotici waren die agressief konden worden, zieke mensen dus, zijn het tegenwoordig steeds meer verslaafden en andere persoonlijkheidsgestoorden die niet op hun wenken bediend worden, die de problemen veroorzaken.

Wat is er eigenlijk veranderd? De maatschappij heeft zich steeds meer geanonimiseerd. De zorg voor elkaar is afgenomen. Functionarissen zijn zich steeds meer gaan verschuilen achter hun bureaucratie. De regels gaan immers voor het individuele belang, hoe zwaarwegend dat ook is? Voor dat persoonlijke belang is echter geen oor meer, zodat mensen gefrustreerd raken. Bij sommigen hoeft dat niet lang zo door te gaan, of ze maken stennis, ze decompenseren zoals dat in vaktaal heet. Het is nu eenmaal zo dat we in een cultuur leven die in haar complexiteit steeds sterker tendeert naar het creëren van afhankelijke en vermijdende persoonlijkheidstypen. Een vleugje narcisme erbij, wat antisociale tendensen of wat randpsychotische symptomen en het kwaad is zomaar geschied.

Ik weet niet of de 21-jarige dader in Zeist als ziek moet worden bestempeld of dat hij thuishoort in de groep chronisch gefrustreerden. Wel weet ik dat zieken tegenwoordig minder snel dan vroeger voor behandeling worden opgenomen in een omgeving met de vereiste structuur. Soms smeken ze zelfs om zo'n opname, maar kunnen die niet krijgen. Extramuraal is in de psychiatrie het (voordeliger) toverwoord. Dat dat onvermijdelijk af en toe tot uitwassen leidt, is evident. Misschien is de dader 'alleen maar' gefrustreerd, al dan niet chronisch. Is er te lang niet naar hem geluisterd. Heeft niemand de moeite genomen om zijn signalen op te vangen en er wat mee te doen. Daar hebben we immers geen protocollen voor? Hoe lang kan iemand het verdragen niet gehoord te worden, niet gehoord omdat hij wat hij te zeggen heeft niet onder woorden weet te brengen en er niemand de helpende hand toesteekt daarin? Hoe lang houd je het vol als je je wel weet te uiten, terwijl degenen tegen wie je dat doet vooral voorwenden debiel te zijn? En dan zijn er natuurlijk nog de daders die zowel persoonlijkheidsgestoord als ziek zijn, die onder druk hun impulsen gewoon niet kunnen controleren.

Al met al gaat het om een groeiend probleem, waar we op den duur niet omheen zullen kunnen zonder naar onszelf te kijken en naar de maatschappij die we kennelijk willen, maar waar sommigen steeds meer uit de boot vallen.

3-10-2006

Agressie in de publieke ruimte

Opnieuw is ambulancepersoneel geconfronteerd met agressieve bejegening, waardoor een bewusteloze niet kon worden geholpen. De ruiten van hun ambulance werden ingeslagen. Getuigen, zo lees ik in het artikel van Daan van Seventer in de Volkskrant, hebben zich afgevraagd of alle ophef en het inzetten van zoveel agressieve politiemensen niet escalerend hebben gewerkt. De overheid versus de burgers, daar lijkt het hier op.

Natuurlijk, de burgers zullen ook niet vrijuit gaan. Mensen willen steeds meer op hun wenken bediend worden en daarbij liefst ook nog zelf aangeven wat er gebeuren moet. We zijn in ons Nederland kennelijk verwend geraakt.Ik heb het vermoeden dat dit soort problemen ontstaan onder invloed van drank of drugs en dat we wat dat betreft met z'n allen veel te tolerant zijn. Maar ook alle media-aandacht die dit soort zinloos geweld gebruikelijk krijgt, draagt zeker een steentje bij in de aanzet tot nieuw geweld.

Is het de overheid erom te doen er te zijn voor de burgers, heeft ze in de eerste plaats een dienende functie, of is zij gewoon de baas en heeft de burger niets in te brengen? Mijn indruk is dat in onze gecompliceerde maatschappij steeds meer burgers leven met het gevoel niet meer mee te tellen. Het vertrouwen in de democratische rechtsorde is tanend en burgers verliezen het vertrouwen in regering zowel als in volksvertegenwoordiging. Politie en ambulancepersoneel worden gezien en beoordeeld als overheidsfunctionarissen. Het lijkt me dat de overheid ook bij zichzelf te rade moet gaan. Ze zou er moeten zijn voor de burgers en dat gegeven zal consequenties moeten hebben waar burgers het gevoel ontwikkelen dat het andersom is, dat zij er zijn voor de overheid. Op één of andere manier zal de relatie verbeterd moeten worden, zullen burgers vanuit wat ze aan de overheid ervaren, moeten gaan beseffen dat juist zij het zijn om wie alles draait. Ik heb de sterke indruk dat de insteek van de overheid daartoe op vele punten zal moeten veranderen.