Er zijn veel meer zware beroepen dan alleen in de gezondheidszorg. Veel werknemers op middenmanagementniveau zitten bijvoorbeeld klem tussen gemakkelijk delegerende meerderen en teams vol mensen met te weinig capaciteiten. Als zo'n middenmanager dan ook nog hart voor zijn of haar mensen heeft en ze in hun waarde wil laten, gaat het gemakkelijk fout waar het gaat om chronische persoonlijke overbelasting. Subassertiviteit zowel als medemenselijkheid zijn in de huidige arbeidscultuur al snel dodelijk, soms letterlijk. Je zult de middenmanagers die geregeld een tas of laptop vol werk mee naar huis nemen om hun positie te kunnen behouden de kost moeten geven!
Een punt is ook dat in veel sectoren vanaf een bepaalde salarisschaal overwerk niet meer wordt betaald, maar als overeengekomen verplichting wordt opgeëist. Hetzelfde geldt soms voor bereikbaarheid op vakantiedagen. Gezinnen komen aan één of zelfs beide ouders tekort, partners verliezen in hun carrièredwang het contact met elkaar. De prijs die voor veel functies betaald wordt, is daarmee in feite veel te hoog en we zien het resultaat van de relatieve afwezigheid van opvoeders alom rondom ons.
Natuurlijk zijn er zware lichamelijke-arbeidberoepen en het is goed om mensen die relatief veel slijten minder lang door te laten werken. Maar lichamelijke arbeid is niet de enige arbeid die slopend kan zijn. Zoals het bij lichamelijke arbeid afhangt van de flexibiliteit en het uithoudingsvermogen van het lichaam, zo hangt het bij hoofdwerk af van flexibiliteit en uithoudingsvermogen van de geest. In lichamelijke beroepen kunnen houdings- bewegingsprincipes aangeleerd worden om de slijtage te beperken. Bij hoofdwerk zal dikwijls enige psychotherapie danwel het aanleren van een gewetensvolle omgang met de eigen grenzen aangewezen zijn. En dan nog: wie bepaalt hoe zwaar een beroep in z'n algemeenheid is? En wat is de zin van een algemene zwaartebepaling voor de individuele werknemer?
Zie ook hier.