datum: 3 januari 1999
interviewer: Gert Hardeman
Enkele dagen voor haar nieuwe vertrek naar Haïti tref
ik Marijke in haar Nederlandse zomerhuisje, een rustpunt in
haar bedrijvige leven.
Marijke, ik las je brief voor je project in Haïti.
Eerst wil ik je vragen of je wat hoofdlijnen wilt aangeven uit
je leven tot nu toe.
Natuurlijk! Ik ben in 1947 geboren. Ik was de vierde in ons
gezin. Mijn vader is overleden toen ik drie was. Op mijn elfde
is mijn moeder hertrouwd. Dat was, in mijn puberteit, een hele
moeilijke tijd. De nieuwe man van mijn moeder was ernstig ziek
en dus veel thuis. Ik heb de lagere school en de mulo
doorlopen. En - daar denk ik opeens aan - van m'n
vijftiende tot m'n eenentwintigste heb ik librium geslikt als
kalmeringsmiddel. Ongelooflijk eigenlijk dat je dat voor zo
lang gegeven werd. Ik had een chronische dikkedarmontsteking
van de spanningen thuis. Achteraf zie ik dat die pillen
invloed gehad zullen hebben op een heleboel dingen in mijn
leven.
Ik heb de kleuterleidstersopleiding gedaan. Ik had
verpleegkundige willen worden, maar vanwege mijn ziekte mocht
dat niet. Toen ik de kleuteropleiding af had, mocht ik niet
voor de klas omdat het te zwaar zou zijn.
Ik was inmiddels verliefd geworden en toen ik eenentwintig
was, zijn we getrouwd. Vanaf toen ongeveer was ik ook weer
gezond. Op m'n drieëntwintigste kreeg ik m'n dochter
Marjan en op m'n vijfentwintigste m'n zoon Rogier. We woonden
in Nijkerk. Ik ben daar, naast m'n kinderen, een
vakantiespektakel gaan organiseren. Ik heb me er altijd toe
aangetrokken gevoeld om iets met kinderen te doen. Er kwamen
in de zomer een week lang elke dag zo'n duizend kinderen naar
het spektakel. Daar kon ik me helemaal in uitleven. Ik stond
ook nog wel eens als vervangster voor de klas.
Ik ben zevenentwintig jaar getrouwd geweest. De laatste jaren
waren er problemen. Ik ben toen in een dip gekomen. Ik bad om
terecht te mogen komen bij de goeie hulp en dat is ook
gebeurd. Toen heb ik geleerd dat je het geluk niet bij de
ander moet halen, dat je de schuld niet bij de ander kunt
leggen, maar dat er heel veel in jezelf zit. Nu kan ik op
díé manier leven, uitgaande van mezelf.
Ik voelde dat ik iets moest gaan kiezen wat ikzelf graag
wilde. En dat was ontwikkelingswerk doen. Dat wilde ik al
sinds m'n vijftiende: mensen in andere landen een kans geven.
Dat wilde ik net zo graag als trouwen en kinderen krijgen.
Maar ja, m'n vriendje kwam in
Ik moest dus opnieuw kiezen. We waren met het gezin in Mexico
op vakantie. Daar heb ik een weeshuis bezocht, waar ik het
adres van had. Ik was onder de indruk, geroerd, diep
Ik was vrij eenzaam. Er waren wel andere vrijwilligers, maar
je moet het toch van jezelf hebben. Ik denk dat ik door naar
Haïti te gaan m'n eigen ontwikkeling versneld heb. Ik
kwam daar helemaal bij mezelf uit.
Na een halfjaar zou ik naar Nederland gaan. Ik moest de
scheiding verwerken. Maar Haïti bleef erg trekken. Ik heb
een moeilijk, maar ook een heel fijn halfjaar gehad toen.
In oktober '96 ben ik weer naar Haïti gegaan. Het gonsde
toen al over dat er in Guatemala een nieuw weeshuis zou worden
gestart. En dat was míjn grote wens, een weeshuis
starten! Vraag maar niet waar ik het vandaan haal. Dat is een
heel diep gevoel van het begin af aan. Ik heb vanuit
Haïti een brief naar Guatemala geschreven en in december
werd me gevraagd daarheen te komen. Het was voor dezelfde
organisatie. Zo kwam ik daar in februari voor een halfjaar om
een babyhuis op te starten. In het begin hadden we
vijfentwintig kinderen, waaronder zeven kleintjes tot drie
jaar. Ja, dat was prachtig
Toen vroegen ze me in Haïti, in het babyhuis, terug. Daar
ging toen een non van drieënzeventig weg. Dat heb ik toen
acht maanden gedaan. Daarna heb ik toch weer gekozen daar weg
te gaan. Ik kon daar niet meer m'n eigen leven leven. Ik moest
me aanpassen aan normen van een zeer strenge (katholieke)
kerk, waarin volledige opoffering werd gevraagd. Ik had daar
achttien kinderen tot drie jaar. 's Morgens om zes uur
kwamen de madams, vrouwen die komen helpen werken. Ik had
georganiseerd dat ik er acht had, omdat ik ze wilde leren ook
aandacht aan de kinderen te geven. Dus niet alleen de schone
luier en het eten naar binnen werken, maar dat er meer nodig
Ik heb dat vijf maanden gedaan - ik heb geen tien nachten
normaal doorgeslapen - maar merkte dat ik het niet meer
kon. Ik stond om kwart voor vier 's morgens op en vloog
meteen naar de wasmachine, omdat er dan elektra was. Ik kookte
de pap voor allemaal. Ik lag 's avonds om zeven uur in
bed. Alle gezelligheid die vrijwilligers 's avonds met
elkaar hadden, miste ik. Ik kon gewoon het huis niet uit! En
ik was te moe! Ik heb erover gepraat, maar men wilde totale
opoffering. Toen er dus een ander
Ja, ik koos ervoor beter voor mezelf te gaan zorgen. Het was
heel ingrijpend, maar ik sta tot op vandaag achter mijn
keuze.
Hoe komt 't dat jij kennelijk wat moeilijk samenwerkt in
grote organisaties?
Dat is een mooie en moeilijke vraag. Even voelen in
Wat is je motivatie om 't zo ver weg te zoeken?
Het is een drang in me. Ik word getrokken en geduwd in die
Vertel eens wat meer over je project en je verdere plannen
en je toekomstvisie?
Ik ben toen ik nog in Haïti was al begonnen met mijn
eigen project. Ik wil daar kinderen naar school laten gaan. Ik
kwam Jean-Robert daar tegen. Hij was als slaafje van ongeveer
12 - niemand kent z'n precieze leeftijd - in een
gezin geplaatst en nog nooit naar school geweest. Z'n vader
was overleden, z'n moeder heeft een nieuwe relatie met daaruit
een paar kinderen. Maar ze hebben geen werk, geen eten voor
die kinderen. Ze hebben hem toen in een ander gezin, met drie
kinderen, geplaatst. Ik was al bij de organisatie weg, maar ik
was nog daar om de dingen die ik had meegemaakt te verwerken
en om te overdenken wat ik verder wilde. Jean-Robert kwam
grote emmers van vijftien of twintig liter water halen, wel
twintig emmers per dag. Hij vertelde me zelf dat hij niet naar
school ging. Hij hoestte. Ik zag aan z'n houding dat hij 't
aan z'n longen had. Ik heb de dokter voor hem betaald, de
antibiotica en na een paar dagen ben ik 'm les gaan geven. De
dokter zei dat hij moest eten. Hij kreeg twee maaltijden per
dag bij me. Na een paar weken was-ie beter. Toen kreeg ik het
idee dat ik dát graag zou willen. En of je er nu
één doet, of tien, of
Wat voor functie heeft al dit werken voor jezelf, voor je
eigen leven?
Eigenlijk ben ik heel egoïstisch bezig. Ik geef mezelf zo
ontzaglijk
Hoe zie je de verschillen in onze wereld, met name de
verschillen qua kansen die mensen krijgen?
Eh, de verschillen zijn heel groot als je uitgaat van de
maatschappelijke rijkdom, maar als het gaat om innerlijke
groei, dan weet ik het zo net nog niet. Dan denk ik dat we
allemaal en overal dezelfde kansen hebben. Rijkdom, dat zijn
de buitenkantkansen, maar wat de binnenkantkansen van de ziel
van de mens betreft geloof ik niet dat het uitmaakt of je in
Nederland of in Haïti woont. Alleen de kans op overleven
is daar veel kleiner. Als je niet gevoed wordt, heb je
eigenlijk geen kans om te leven. Ik kan niet invullen wat die
ziel gekozen heeft om door te maken of wat het plan was van en
voor die mens. Dat is het grotere geheel. Ja zeker, onder mijn
pupillen kunnen mensen zijn die zich veel hogere doelen hebben
gesteld dan ik voor mezelf! Ik heb wél sterk het gevoel
dat ik in dat grote geheel ook een taak heb. Daar heeft de
trek en de duw aan me mee te maken. Die
Kun je iets samenvattends zeggen over wat je precies
gelooft?
Ik geloof in de
Wat heb je in de komende tijd nodig? Hoe kan wie mee wil
doen dat doen?
Heel veel geestelijke steun, mensen die in gedachten en met
positieve energie bij me zijn. Maar om kinderen te eten te
geven en scholen te betalen natuurlijk ook financiële
steun. Ja, de centjes blijven aards en heel hard nodig! Ik heb
een stichting van mijn project gemaakt, de Stichting Naar
School in Haïti. De giften daarvoor zijn hier in
Nederland aftrekbaar. En ik heb ook het keurmerk aangevraagd.
Daarvoor mag minder dan 25 procent van de gelden besteed
worden aan administratie en dat soort kosten. Ik betaal
voorlopig mijn eigen kosten zelf: m'n vliegreis, m'n huren van
een huis, m'n eten. Ik schiet alles zelf voor, zodat alles bij
de kinderen terechtkomt. Want ik wil éérst wat
opzetten. Pas als dat goed loopt, vind ik dat ik ook een klein
beetje geld voor eigen onderhoud mag gebruiken of om het geld
aan mijn winkel terug te betalen.
Wat wil je zelf nog aan de lezers kwijt?
Toen ik de eerste keer naar Haïti ging, heb ik ook een
schrijven rondgestuurd. Toen reageerde een mevrouw die sinds
twee maanden oma was van een Haïtiaans jongetje. Burry
woont al drie jaar in Nederland en ik bezoek al die tijd al
zijn biologische ouders in Haïti. Ik ben ze op gaan
zoeken en ik heb een heel fijn contact met ze. Dat is iets wat
heel mooi is!
Zie ook het vervolginterview van 9-2-2010!
Voor giften is het banknummer (Rabobank Westerbork): 3694 66500 t.n.v. Stichting Naar School in Haïti.
Voor brieven is het Nederlandse adres: Marijke Zaalberg, De Oostermaat 35, 9431 TV Westerbork.
Het telefoonnummer is 0593-370 850.
Mailadres marijkezaalberg@hotmail.com
Site: http://www.stichtingnaarschoolinhaiti.nl