Een verslag van eerste indrukken
We zijn in Zuid-Afrika, voor het eerst. Het is het land waar de democratie nu tien jaar oud is. We zijn te gast bij familie. Zij hebben de hele omwenteling hier meebeleefd, wonen hier nu omtrent een halve eeuw. Ons vliegtuig kwam maandagavond rond tienen aan. We zouden de eerste nacht in een hotel, al in Nederland geboekt. Dat hield verband met de veiligheid. Onze familie rijdt bij voorkeur niet in donker. Er zijn nogal wat overvallen en als je met pech zou komen te staan, kun je nogal afhankelijk worden van derden. Misschien is onze familie wat erg bang. Ik kan het nog niet goed beoordelen. 'Laat je niet de hand geven door een zwarte', zo werd me op het hart gedrukt, 'want op het moment dat je je hand uitsteekt naar voren, wordt van achteren door een handlanger je portemonnee gepikt.' En in het donker kun je beter maar geen wandeling meer maken, 'voor de zekerheid'. Ik merk dat de verhalen over de criminaliteit en het loerende gevaar me niet onberoerd laten. Tot tweemaal toe droomde ik vannacht angstig, over indringers. Ik was bang in die dromen en niet bang tegelijk. Ik ging op de indringers af, ik ontweek het kwaad niet, maar met bonzend hart en lood in de schoenen. Maar ach, dat zijn maar momenten van de nacht.
Overdag valt veelal het tegendeel op: mensen zijn hartelijk, de zwarten zeker niet minder dan de blanken. Maar duidelijk is tegelijk dat die vriendelijkheid ook met geld te maken heeft. Al op het vliegveld wordt wie even zoekend rondkijkt, hulp geboden van alle, met name zwarte kanten. Wij worden er voor onze 'shuttle' naar het wat afgelegen hotel, overigens in een fraaie natuur gelegen, in alle behulpzaamheid in een hoog tempo letterlijk van hot naar her gestuurd. Allemaal zwartjes inderdaad
De huizen worden hier beschermd als waren het gevangenissen. Hekwerken, staalconstructies of stenen muren, hier en daar met van die barricaderollen prikkeldraad er bovenop. Honden en/of een alarminstallatie verzorgen de finishing touch. Minstens elk uur hoor je wel ergens een alarm afgaan. Mijn familie heeft een automatisch hekwerk, vanuit de auto aan te sturen, zodat direct naar binnen gereden kan worden onder de bescherming van de beide honden. In het donker uitstappen buiten het hekwerk om dat te openen, houdt het risico in een overval uit te lokken, zo begrijp ik. Desondanks is er ook binnen de omheining een traliewerk voor de openslaande deuren en ramen. En 's nachts gaan de honden achter een tweede zone van hekwerk, zodat ze vanaf het buitenhek niet te bereiken zijn met bijvoorbeeld vergiftigd
Personeel is er hier genoeg, niet alleen in de parkeergarages. In Nederland steek je zelf je parkeerkaart in de gleuf om de boom te openen. Hier staan er drie zwarten bij om je kaart aan te pakken en in de gleuf te steken. Het wemelt van het personeel, schril afstekend tegen wat we in onze westerse cultuur gewend zijn daaromtrent.
Zwarten bewegen zich traag, zo wordt me duidelijk gemaakt. Vanaf aanvang werktijd is de belangrijkste taak energie te sparen, die uiteindelijk volledig loskomt na einde werktijd. En inderdaad, daarvan valt wel een en ander waar te nemen. Het zou mij heel wat concentratie kosten om me zo langzaam voort te bewegen als sommige zwarten doen. En ook: na werktijd zie ik sommigen 'vanuit de bergversnelling naar de vierde schakelen'. 'Als ik de tuin doe met een zwarte samen, zijn we veel langer bezig dan wanneer ik het alleen doe', hoor ik mijn zwager met spijt zeggen. Hij heeft er een halve eeuw ervaring
Maar hoe lang waren deze zwarten een soort minderwaardige mensensoort? Hoeveel tijd is er vervolgens nodig om op gelijkwaardig niveau te leren functioneren, van twee kanten? Ik kan me voorstellen dat een decennium volstrekt ontoereikend is en dat minstens een generatie nodig zal zijn. En dat geldt dus voor zwarten zowel als voor witten.
Na een paar dagen valt ons op dat wij de enige blanken zijn die hier te voet naar de winkel gaan. Er lopen veel zwarten langs de wegen, zelfs langs de hoofdwegen, maar als blanke verplaats je je per auto, zo lijkt het. Plotseling voel ik me wat meer met de zwarten verwant. Een nadeel is dat de oudere zwarten vaak niet in het Engels benaderbaar zijn en dat Nederlands al helemaal geen ingang biedt. Ze hebben kennelijk zo hun eigen talen en integreren in de blanke samenleving is er gewoon niet bij. Het Zuid-Afrikaans valt overigens ook lang niet mee. De jongere generaties van onze familie zijn voor ons onverstaanbaar als ze in hun eigen taal met elkaar praten. Ik merk dat ik uit het non-verbale alleen iets van sfeer, stemming en gevoelslading weet te destilleren, maar inhoudelijk ontgaat het me allemaal. Onverwacht is het ook dat je als Nederlander hier kennelijk het best met Engels uit de voeten kunt. Ik zie blanken hier opgelucht ademhalen als ik bij gefronste wenkbrauwen overschakel op Engels. Maar als ik aan een jong blank stel in het Engels de weg vraag naar een bepaalde winkelstraat, blijkt Nederlands toch ineens een beter alternatief. 'Na de robot moeten we linksaf', zo begrijp ik. Ik weet niet wat ik me bij een 'robot' in de winkelstraat moet voorstellen en vraag dus wat dat is. De jongeman begrijpt me niet, reageert verward, maar het meisje antwoordt in onvervalst Nederlands dat een robot een verkeerslicht is.
Bij een bank pin ik zonder problemen onze Zuid-Afrikaanse rands (of zijn het randen?). Wel valt op dat de pinautomaten hier allerlei verschillende functies hebben. Ik tref vijf functies naast het opnemen van contanten, zoals het betalen van een bekeuring, het kopen (opwaarderen) van je elektriciteitstegoed en het opwaarderen van je prepaid-gsm. Er staat een vijftal pinautomaten op een rij, in de muur aangebracht. Wat achteruit in een nis zit een bankbeambte om een oogje in het zeil te houden. Geld pinnen is een risicovolle bezigheid hier, zo begreep ik al, en het best kun je dat met tweeën doen, zodat je medestander de eerste is die achter je staat. Echte wachtrijen zie je hier overigens niet. Er zijn bijvoorbeeld kassa's genoeg en personeel is er dus overal te over. In een supermarkt zie ik drie dames personeel aan elke van de rij kassa's, één om je aankopen te scannen en af te rekenen en twee om het aangekochte in een zak in te pakken en aan te reiken. Aan de helft van de kassa's is er op het moment van mijn waarneming geen enkele klant.
Tien jaar democratie: Ik begrijp dat de jongere generaties blanken, nu er verkiezingen aankomen, niet meer van plan zijn te gaan stemmen. 'Er wordt toch niets van de beloftes waargemaakt. Het heeft geen enkele
Mijn familie komt geregeld in Nederland. Vorige zomer hebben ze geconstateerd dat wat vroeger een gulden kostte, nu een euro kost. Sommige Nederlanders ervaren dat zelf ook zo. Het haalt dus allemaal niet uit: ook in Nederland is het leven onbetaalbaar
Ik begrijp dat met name de veiligheid onder de democratie geleden heeft en speurders en speedkoppen (verkeerspolitiemensen) doen daar niets aan af. Zelf merk ik het inmiddels als ik door zwarten gevolgd word. Ik zie hun blikken naar mijn borstzakje gaan en naar mijn camera. Ik weet nog niet of het mijn overgevoeligheid is of dat hier iets feitelijks aan de hand is. Ik vind de zwarten tegelijk over het geheel heel vriendelijk. 'How are you today?', is een al dikwijls door vreemden aan mij gestelde vraag.
Ik ben kortom in een paar dagen aan het al dan niet dreigende gevaar gewend geraakt. Ik leef ermee.
Zo, de avondwandeling zit erop. We kwamen ditmaal door een wijk met hele mooie landhuizen. De contrasten zijn groot, zeker als je de dorpen van zwarten in aanmerking neemt. Toch zie ik nog niet zulke bouwvallen als ik in Brazilië heb gezien. Zwarten verdienen nu met hetzelfde werk hetzelfde loon als een blanke ermee verdient. Volgens de blanken is de apartheid nu omgedraaid, omdat de zwarten onder speciale regelingen nu een veel grotere kans maken op een baan dan de blanken. 'Discriminatie' noemen ze het. Het moet ook wel hard zijn in een land met betrekkelijk weinig sociale voorzieningen. Ik voorzie steeds meer dat we minstens een generatie verder zijn voordat het allemaal in evenwicht kan komen. Overigens, bijna alle eenvoudige banen worden ingevuld door zwarten. In de supermarkten zie je nauwelijks of geen blank personeel. Veel meer mensen beginnen iets voor zichzelf. Zwarten hebben vaak een 'bakje', zo'n bestelautootje met een open bak achterop, en kopen een hoeveelheid fruit of maïs of wat dan ook om dat dan langs de weg weer te verkopen. Zo werk je al voor jezelf dus. De industrie hier lijkt veel kleinschaliger. De complexen zijn ouder en primitiever, rommeliger dan wij gewend zijn. Ik was in een fabriek vol lawaai waar iedereen (vooral zwarten) zonder gehoorbescherming werkte. Toen ik erover begon, werd er vreemd opgekeken. Arbo is hier totaal geen item! De overheidsgebouwen die ik zag, zijn ouder en dus degelijker dan wij gewend zijn. Goede gebouwen blijven hier, anders dan in Nederland, gewoon in gebruik. Dat scheelt denk ik aanzienlijk in de belastingen.
Langs de grote weg komen we groepen zwarten tegen die sierlijk met hakmessen (zoals je bij ons wel bij de slagers ziet) zwaaiend het gras langs de rijbanen wegslaan. Daar zijn ze voorlopig wel zoet mee. In ons kamp in het Krügerpark zijn zwarte vrouwen de grond (de aarde) aan het bezemen, een in onze ogen volstrekt zinloze bezigheid. Als ik erover begin, begrijp ik dat de arbeidswetgeving hier in het spel is. Overigens zouden inmiddels steeds meer zwarten ontslagen moeten worden, omdat het minimumloon te hoog opschiet. Volgens onze familie hebben de zwarten het er na de apartheid niet beter op gekregen, omdat ze nu ook hun huur zelf moeten betalen en geen betalingen in natura meer krijgen.
Benzine kost hier de helft van wat wij plegen te betalen. Fruit is redelijk voordelig voor onze begrippen, vooral het verse fruit: pruimen, appels, ananassen en watermeloenen. Brood is erg voordelig, ook luxebroodjes. Donuts met crème: vier voor 10 rand is e 1,25 om maar iets te noemen. Een mobieltje kost evenveel als bij ons, maar sms'en is voordelig: piek 90 cent en dal 30, dus respectievelijk 11 en 4 eurocent, als je prepaid belt. De telefoontarieven vaste telefoon zijn hier hoog vergeleken bij ons, mobiel weet ik het niet. In Graskop, een toeristenplaatsje nabij het Krügerpark, vinden we allerlei souvenirwinkels. Internetten in het internetcafeetje hier kost n.b. 2 rand is 25 eurocent per minuut. In Potchefstroom betaalde ik 10 rand voor 55 minuten, dat is hier het elfvoudige dus! Hetzelfde verhaal waarschijnlijk als dat van de Nederlandse toeristenindustrie. Zo'n huisje hier in Graskop is voor onze begrippen voordelig. Maar in het Krügerpark worden Nederlandse hoogseizoenprijzen gevraagd en daar kosten de eerste levensbehoeften soms ook zomaar het dubbele van in de supermarkt.
Prachtig, die sterrenhemel waaronder ik in het Krügerpark deze zinnen zit te typen. Zoveel sterren heb ik nooit eerder bij elkaar gezien. Er is dan ook weinig of geen strooilicht hier, daar zal het zeker mee te maken hebben.
Een dag later ontwikkelt zich bij mij het vermoeden dat de problemen die mijn zwager met de zwarten heeft, samenhangen met zijn eigen taalprobleem met hen. Zij spreken doorgaans geen Zuid-Afrikaans, maar wel Engels en die taal beheerst hij volstrekt onvoldoende voor een eenvoudig gesprek. Ik vind dit een aardige wending in mijn eigen beleving van een en ander, met name ook kijkend naar de angst die me werd aangepraat. 'Slecht' is per slot duidelijker dan 'onbegrepen' en 'anders(talig)'. 'Slecht' maakt het eenvoudig om je eigen positie te bepalen, maar er is meer aan de hand, zo wordt me langzaam duidelijk. Mijn zwager is jaloers als ik een gesprek begin met een zwarte securityfunctionaris en achteraf komt hij op het onderwerp van de Engelse taal terug. Hij zal toch nog eens aan een cursus moeten geloven, zo lijkt het.
Inmiddels hebben we onze Krügerparkdagen achter de rug en zijn
we voor de komende week neergestreken in een mijn familie al langer bekend vakantiehuisje. Het valt ons zwaar er binnen te komen, zelfs met de hele bos sleutels die bij het huisje hoort. Ik merk dat ik zoek naar hoe het huis zo nodig zo vlot mogelijk te verlaten, want dit is toch wel echt een vesting. Een uitgebreide alarminstallatie completeert de verdedigingslinie. In het begin van de avond gaat het alarm bij het buurhuis af. Na een minuut komt een security-auto 'aanstormen', vol vertoon van antennes en schijnwerpers. Zoals meestal zal er wel niets aan de hand zijn
Vandaag zijn we naar een aantal regionale bezienswaardigheden geweest, onder andere een paar watervallen. Overal waar de natuur iets in petto heeft, zijn de zwarten met hun armoedige kraampjes neergestreken om er te leven en souvenirs te verkopen, overal in feite dezelfde souvenirs. Waar weinig bezoekers komen kosten ze de helft van waar er meer komen en zodra je iets terugzet, gaat er wat van de prijs af. Wat opvalt is de bedelende manier van iets te willen verkopen: 'Meneer, er komt regen aan (de vrouw wijst naar de lucht). Ik moet toch íéts
verkocht hebben. Doe het dan voor mij.' En een paar donkerbruine ogen kijken me smekend
Overigens, zodra ik vandaag een zwarte aanspreek, wordt me om geld gevraagd. Aan tweehonderd munten zou ik, als ik eraan begonnen zou zijn, niet genoeg gehad
Ik vind dit een moeilijk land. Als ik geld zou gaan uitdelen, zou ik vooral de alcoholbranche een dienst bewijzen, zo begrijp ik van mijn zwager. Eigenlijk moet je hier kiezen: of je laat je met de zwarten in en ze vermaken je de hele dag, of je negeert ze. Als je iets anders te doen hebt, is de laatste keus de enige reële, dat zie ik ook wel. Toen ik die twee jongemannen vroeg of er dan helemaal geen werk voor ze was, kreeg ik geen antwoord. Betekent geen antwoord krijgen dan dat ze het met je eens zijn? Of is hun Engels net wat gebrekkiger dan het mijne en begrijpen ze me niet? Ik denk dat het om zaken gaat, waar ze wijselijk maar niet op reageren.
Dan kom ik te weten dat het minimuminkomen hier zo'n 800 rand of 100 euro per maand is, in sommige armere gemeentes 600 rand. Het zwermen van de zwarten wordt daarmee verklaard. De arbeidspolitiek zal dan wel zo in elkaar zitten dat werkgevers al dan niet naar verhouding een bepaald aantal zwarten in dienst moeten hebben. Daar voldoen ze aan door ze aan te nemen en te laten zwermen, de aarde te laten vegen of andere (vrijwel) zinloze bezigheden te zoeken.
Je kunt zwarten
Nog iets valt me op: Veel zwarten zijn zichtbaar arme sloebers zonder eigen initiatiefname en 'kiezend' voor afhankelijkheid.
Maar er zijn groepen anderen, die zich boven de grijze massa hebben uitgewerkt en die er goed en modieus gekleed bij lopen.
Ik ga ervan uit dat zij werken en relatief goede banen vonden. Dat te zien, geeft me hoop! In de gewone
Vandaag zijn we in Pelgrims Rest, een toeristenplaatsje in een vroeger goudmijnengebied. Het is een soort museumdorpje. Onze gastheer meldt al bij het binnenrijden van het dorp dat hij z'n auto niet zal laten wassen, want dat dat de eerste vraag in het dorp zal zijn. Hij wil geen krassen door het zand in het water op zijn auto. Bovendien is de auto gisteren al gewassen! En inderdaad: de eerste vraag is conform de voorspelling. De tweede
Hier vlakbij is een school. Vanaf halfzeven 's morgens worden we gewekt door de arriverende kinderen. Ik zie busjes vol zwarte kinderen aankomen. Niet alleen de kinderen hebben 's morgens zo vroeg al veel lawaai. Het lijkt alsof de morgenstond hier voor ieder goud in de mond
Ik moet denken aan mijn reis naar Brazilië, nu een jaar of dertien geleden.
Mijn broer werkte daar toen al jaren en had geleerd het niet meer van de generaties volwassenen te verwachten, maar de energie liever in de kinderen en de jeugd te willen steken. Eerst moesten de kinderen gevoed worden en een opleiding krijgen, zo meende hij, zodat zij zouden gaan beseffen dat ze hun lot in eigen handen kunnen hebben. Ik liep er tegen het probleem van de incest op, maar aan zo'n 'luxe-probleem' was de hulpverlening daar nog lang niet
Ook al voel ik de verlamming die zich van je meester maakt als je je probeert in de problemen te verdiepen, toch geloof ik dat we hier op aarde zijn om van 'ik' naar 'wij' te gaan. Onze opdracht is in mijn ogen uiteindelijk een samenleving te maken met kansen en uitdagingen voor iedereen, inclusief de zwakkeren. Dat lijkt soms in Nederland al onmogelijk, hier lijkt het dat zeker. Het zal voorlopig dus gaan om kleine ingrepen, voorzichtige bijsturingen en wijs beleid.
Nu al heb ik het gevoel me over de problemen hier niet langer een oordeel te kunnen aanmatigen. En ik hoefde alleen m'n ogen en oren maar open te houden om binnen twee weken op dit punt te
P.S. maart 2008: Zie ook hier!
Gert Hardeman