Me invoelen in de beschadiging, die van mezelf en die van de ander. Met een nadruk op 'voelen'. Het hoort bij me; ik ontkom er niet aan.
Ik las twee boeken die bol staan van beschadigde mensen. Eerst van Boudewijn Büch 'De kleine blonde dood'. Het verhaal is minstens ten dele autobiografisch, vol van menselijke kwetsuren. Het is van de pijn van de oorlog doortrokken en illustreert hoezeer verschillend mensen met hun kwetsing omgaan en daarmee hun pad vervolgen. Het laat zien dat het kwaad dat oorlog heet, ook als die voorbij is, generatie na generatie doorwerkt zonder af te laten.
Toen las ik van Mélissa Da Costa 'Al het blauw van de hemel'. Het boek was voor mij een tranentrekker in de hele verhaallijn vol van sentiment. Dat het fictie is, deed daar niets vanaf. Een jongeman met vroegdementie besluit niet het pad van zijn ouders, die hem in een medisch onderzoekstraject willen, maar een eigen weg te kiezen. Hij zoekt een reisgenoot en trekt daarmee de Pyreneeën door. Twee beschadigde zielen groeien langzaamaan naar elkaar. Op de kaft: 'Je voelt geluk, teleurstelling, verdriet - maar vooral liefde: voor anderen, voor de natuur, voor het leven.'
Dit boek brengt allerlei citaten voor het voetlicht, o.a. van Paulo Coelho. Bij het lezen van beide boeken kwam ik voor mezelf uit bij deze: 'Geluk is nooit een staat van evenwicht. Geluk is altijd in beweging, altijd onderweg en het enige wat je kunt doen, is het spoor volgen.'
Pagina geschreven 12-5-2026