Hoofdluis

Hoofdluizen (3 mm. groot) zijn parasieten en komen vooral op scholen voor. Ze lopen van de ene haar naar de andere. Ze springen en vliegen niet. Bij nauw contact tussen twee personen kunnen ze overstappen. Vroeger werd gedacht dat ze aan kapstokken van tegen elkaar hangende jassen of mutsen konden wisselen en vervolgens de eigenaar van het nieuwe kledingstuk besmetten. Dat is niet juist gebleken. Luizenzakken en luizencapes zijn zinloos. Hoofdluizen leven van bloed uit de hoofdhuid en voeden zich tot zesmaal daags. Kan een luis niet regelmatig bij bloed, dan sterft hij snel. Een beet veroorzaakt jeuk. De eitjes (neten) plakken aan de haren vast. Een luis produceert er zo'n zes per dag. Neten komen na acht dagen uit en de kleine luizen zijn na tien dagen geslachtsrijp. Bij besmette personen worden gemiddeld zo'n twintig luizen en een groter aantal neten gevonden.

Besmetting hangt niet samen met hygiëne. Douchen deert luizen niet. Ze zullen nooit verdrinken. Bestrijd hoofdluis primair met de luizenkam (fijntandige kam). Onderzoek leert dat een fijne metalen luizenkam in feite het meest effectief is. Kam de natte haren, eventueel met crèmespoeling in het haar, dagelijks systematisch uit met de kam en weet daarbij dat luizen en neten meestal dicht bij de huid zitten. Kam met het hoofd voorover van achter naar voren tegen de hoofdhuid aan en boven bijvoorbeeld een wit papier, zodat de 'oogst' gecontroleerd kan worden. Vastgeplakte neten even losdeppen met azijn. Secundair wordt soms gewerkt met lotion of shampoo met chemische middelen. Chemische middelen maken het zenuwstelsel van de luis kapot. Een bekende middel is malathion (met een lang aanhoudende onaangename geur). Na gebruik van dit middel een week chloorhoudend zwemwater mijden, omdat chloor het middel onwerkzaam maakt. Andere middelen zijn permetrine en de combinatie bioalletrine/piperonylbutoxide. Het RIVM raadt ook dimeticon aan. Sommige luizenstammen zijn inmiddels resistent geworden voor de middelen. Gebruik deze middelen niet bij zwangerschap en niet bij jonge kinderen. Volgens de huidige inzichten zijn deze middelen in het geheel niet nodig.

Het leek voorheen belangrijk in combinatie met de behandeling beddengoed, kleding, knuffels en borstels en kammen van besmette personen op minimaal 60 graden te wassen of het in afgesloten plastic zakken gedurende twee weken weg te zetten of 24 uur in de diepvries te bewaren. Volgens sommigen voldeed 48 uur buiten luchten ook. Al deze maatregelen zijn volgens het RIVM (maart 2011) zinloos.

Pagina geschreven 8 november 2010, laatst aangevuld 14-3-2015.