Cariës en fluoride

Cariës is in wezen een demineralisatieproces van het tandweefsel. Deze demineralisatie wordt in gang gezet door zuren die uitgescheiden worden door bacteriën, omgezet vanuit suikers. Fluoride maakt tanden harder en beschermt het glazuur tegen zuuraanvallen van bacteriën en van bijvoorbeeld frisdranken. Overigens maken fruit en vruchtensap het glazuur ook tijdelijk zachter en dus kwetsbaarder. (Wacht dus een uurtje met tanden poetsen na een zuur tussendoortje.) In lage concentraties worden fluoriden zoals natriumfluoride en aminfluoride gebruikt in tandpasta en mondwater. Verder zijn er fluoridehoudende vullingen voor tanden en geven veel tandartsen hun patiënten halfjaarlijkse fluoridebehandelingen tegen cariës. Er zijn geen goede onderzoeken waaruit blijkt dat dit alles schadelijk is. Langdurige overdosering leidt echter tot gezondheidsproblemen, zoals botaandoeningen en fluorose (vlekken op de tanden en kiezen). Het is raadzaam fluoride in tandpasta niet door te slikken. Botontkalking kan door fluoride verergeren. Ook dialysepatiënten moeten oppassen met fluor.

Elektrisch poetsen verwijdert tandplak doorgaans beter dan poetsen met een handtandenborstel. Tandplak dat langer dan een etmaal aanwezig blijft, wordt tandsteen en is moeilijk met de tandenborstel te verwijderen. Flosdraad en tandenstokers helpen etensresten tussen tanden en kiezen vandaan te krijgen.

Zie ook hier.

Pagina geschreven 8 oktober 2011.