Kankerpatiënt met hogere opleiding heeft betere kansen

Hoger opgeleide kankerpatiënten krijgen vaker ingrijpende medische behandelingen dan lager opgeleide. Ze hebben ook betere overlevingskansen. Dit blijkt uit onderzoek van epidemioloog Mieke Aarts van het Integraal Kankercentrum Zuid (IKZ) in Eindhoven. Ze onderzocht de gegevens van meer dan 250.000 patiënten die tussen 1990 en 2008 kanker kregen. Ze promoveerde deze week op dit onderzoek in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.

Na 10 jaar bleek 67 procent van de hoger opgeleide patiënten met prostaatkanker nog in leven tegen 44 procent van de lager opgeleide. Verschillen in de behandelstrategie waren evident. Bij slokdarmkanker bleek er een vergelijkbare tendens te zijn. Met name lager opgeleide patiënten werden hier vaak helemaal niet behandeld.

Van alle hoger opgeleide mannen met een vorm van kanker was de helft na vijf jaar nog in leven, van de lager opgeleide een derde.

Aarts ontdekte dat hoger opgeleide patiënten eerder behandelingen krijgen die nog niet gangbaar zijn. Wellicht hebben zij zich vooraf beter ingelezen en communiceert de arts daardoor beter met hen.

De hogere overlevingskansen voor hoger opgeleiden kunnen ook te maken hebben met het gegeven dat lager opgeleiden minder zorg besteden aan hun gezondheid. Over het geheel roken ze vaker, bewegen ze minder en eten ze ongezonder. Daardoor krijgen ze ook vaker vormen van kanker, diabetes en hart- en vaatziekten. Lager opgeleiden komen vaker bij de huisarts, maar ook later als er echt problemen zijn.

De gezondheidsverschillen tussen hoger en lager opgeleiden zouden in bijvoorbeeld Amerika en Engeland nog veel groter zijn dan bij ons. In Amerika zijn behandelverschillen tussen hoger en lager opgeleiden een bekend verschijnsel.

Pagina geschreven 21 juni 2012.