Prostaatvergroting

Bij prostaatvergroting is er een zwakkere urinestraal, komt de plas moeilijk op gang en/of moet er vaak geplast worden, vooral 's nachts. Er kan urineretentie, ook wel residuvorming genoemd, optreden (normaal is tot maximaal 100 ml.) Er kan een soort pijn zijn bij het plassen en daarna het gevoel dat de blaas niet leeg is. Er kan een onaangenaam gevoel of pijn zijn tussen scrotum en anus (prostaatpijn). De zaadlozing kan soms pijn doen en er kunnen erectieproblemen optreden. Sommigen hebben spontaan urineverlies (incontinentie). Meestal is er sprake van benigne prostaathyperplasie (BPH, goedaardige vergrote prostaatklier). Vanaf het twintigste levensjaar groeit de prostaat onder invloed van testosteron normaliter heel langzaam steeds verder door. Bij acute urineretentie kan er sprake zijn van de onmogelijheid om nog te plassen, ook al is de blaas vol. Dit mictieprobleem vereist katheterisatie. Vervolgens zal een behandelplan nodig zijn.

Van supplementen voor een gezonde prostaat is niet veel of niets te verwachten. Ook bekkenbodemfysiotherapie helpt niet. Wel zijn er twee soorten medicijnen. De alfablokkers (alfuzosine, Xatral, tamsulosine, Omnic, doxazosine, silodosine, terazosine) ontspannen de spieren die bij het plassen van belang zijn en kunnen zo in sommige gevallen helpen, maar ze kunnen ook tot bloeddrukdalingen en duizeligheid leiden door het vaatverwijdende effect. De 5-alfareductaseremmers (finasteride, Proscar, dutasteride, Avodart) remmen de omzetting van de testosteron in dihydrotestosteron, dat nodig is om de prostaat te vergroten, waardoor de omvang van de prostaat afneemt. Het effect op de mictiestoornis is dikwijls gering. Deze behandeling moet doorgaans levenslang worden voortgezet en heeft soms een negatief effect op de libido. Andere mogelijke bijverschijnselen: hypotensie en duizeligheid en erectieproblemen. Een derde soort middelen zijn combinatiepreparaten van de eerste twee. Tamsulosine en dutasteride heten dan Combodart en tamsulosine en solifenacine heten dan Vesomni. Deze middelen kunnen eveneens erectieproblemen, ejaculatiestoornis en duizeligheid als bijverschijnsel hebben.

Door te opereren kan overtollig klierweefsel in de prostaat worden verwijderd. Meestal gebeurt dit via de urinebuis (TURP, transurethrale resectie). Na de operatie kan het plassen tijdelijk pijnlijk zijn en kan er ongewild urineverlies optreden. Zaadlozingen komen na de ingreep in de blaas terecht en verdwijnen met het urineren (droge zaadlozing).

Alternatief is operatie met een sterke laser: de zogenaamde HoLEP-techniek (Holmium laser enucleatie van de prostaat). Hiermee worden goede en duurzame resultaten bereikt.

Zie ook hier.

Pagina geschreven 15 augustus 2012, laatst aangevuld 3-4-2019.