ADD door anders werkende neurotransmitters

ADD (Attention Deficit Disorder) is een aangeboren en erfelijk anders zijn. Dat wordt veroorzaakt door een andere werking van de neurotransmitters, hetgeen resulteert in andersoortige activiteit in bepaalde gebieden van de hersenen. Volgens het algemeen gebruikte handboek voor de indeling van psychische aandoeningen, de DSM-IV, is ADD een subtype van ADHD (ADHD Predominantly Inattentive Type (ADHD-PI)), en wel het zogenoemde overwegend onoplettende type, gekenmerkt door een aandachtstekortstoornis en concentratieproblemen. ADD wordt meer dan ADHD in verband gebracht met depressie, angststoornissen en slechte prestaties. Er is ook vaak sprake van comorbiditeit: twee verschillende beperkingen zijn aanwezig in de zelfde persoon. Zo is er bijvoorbeeld ook sprake van een slaapstoornis, een rekenstoornis, dyslexie of depressie. Gedragsproblemen staan minder dan bij ADHD op de voorgrond. Onderzoek toont aan dat ADHD of ADD voorkomt bij 1 tot 4 procent van alle kinderen en dat zeker een derde deel er ook als volwassene nog last van ondervindt. ADD en ADHD komen voor bij mensen van alle opleidingsniveaus, meer bij mannen dan bij vrouwen.

Mensen met ADD hebben een sterke gedachtestroom, waardoor ze vaak dromerig of ongeïnteresseerd overkomen op anderen. Door hun gedachtestroom kunnen ze zich moeilijker concentreren op de voor het specifieke moment relevante zaken. Het 'filter' dat relevante van irrelevante zaken scheidt, werkt minder goed. Mensen met ADD zijn sneller afgeleid, rustelozer en vaker impulsief in hun gedrag. Kenmerkend voor ADD is het hebben van intense stemmingsschommelingen in korte tijd. Ook slaapproblemen, vergeetachtigheid, ongeorganiseerdheid, een ander tijdsbesef en moeite met het onderhouden van sociale contacten horen er heel vaak bij. Ook zijn ADD'ers vaak overgevoelig voor geluids- en beeldimpulsen. Ze hebben er dikwijls moeite mee een gesprek in een groep mensen te volgen, met name omdat ze zich blijven focussen op alle gesprekken die er gaande zijn. Soms hebben AD(H)D'ers bijzondere vaardigheden met betrekking tot bijvoorbeeld het snel combineren van informatie en indrukken, probleemoplossend denken, inlevingsvermogen, creativiteit en ruimtelijk inzicht. Mensen met ADD kunnen in bepaalde situaties hyperfocussen. Ze zijn dan zeer geconcentreerd en zich niet bewust van wat er om hen heen gebeurt. Dit concentratieniveau kan leiden tot het ontwikkelen van uitzonderlijke talenten. Omdat veel AD(H)D'ers een andere prikkeldrempel hebben, zullen ze in bepaalde risicovolle en crisissituaties alerter en beter functioneren.

Add'ers zijn vaak rustige mensen die soms wat mysterieus en dromerig overkomen, met een hoofd vol gedachten, overgevoelig voor uitwendige prikkels en snel afgeleid. Ze moeten zich regelmatig even terugtrekken om opgedane ervaringen te verwerken, hebben ook een vertraagde informatieverwerking en moeite met snelle en adequate reacties op onverwachte gebeurtenissen. Achteraf weten ze de verbanden echter prima te leggen. Ze voelen zich in een groep vaak niet op hun plek doordat er daar te veel prikkels binnenkomen. Er kan sprake zijn van een slecht kortetermijngeheugen, waardoor vergeetachtigheid en chaotisch gedrag kunnen optreden. Er is een zwak tijdsbesef en moeite met het stellen van prioriteiten. Er is meer behoefte aan slaap. ADD'ers kunnen heel precies en grondig zijn in denken en handelen. Dit kan leiden tot breedsprakigheid en wat statisch of dwangmatig gedrag. Het kan moeilijk zijn gevoelens te uiten en er kan sprake zijn van onzekerheid. Mensen met ADD hebben zich vaak vanaf hun kinderjaren al anders gevoeld. Velen van hen zijn vroeger gepest op school.

We zien een tekort aan en/of onevenwichtigheid in de aanwezigheid van twee neurotransmitters in de motorische schors en in de prefrontale cortex van de hersenen. Bij ADHD'ers leidt deze afwijking in de neurotransmitters dopamine en noradrenaline tot de bekende problematiek, bij ADD'ers zijn hyperactiviteit en impulsief gedrag in mindere mate aanwezig of geheel afwezig.

Als er reden is om medicatie te proberen, is methylfenidaat (Ritalin) het meest gangbare middel is. Atomoxetine (Strattera) en bepaalde antidepressiva kunnen een alternatief zijn. Soms wordt het aan methylfenidaat verwante dextro-amfetamine voorgeschreven. Dit middel mag volgens een voorgestelde richtlijn (2009) van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA), de Europese medicijnen autoriteit, beter niet langer dan een jaar onafgebroken worden gebruikt, omdat er nog te weinig onderzoek is gedaan naar de langetermijneffecten.

Pagina geschreven 6-9-2013.