Selectieve eetstoornis (Selective Eating Disorder, SED), een fobie

Een selectieve eetstoornis kan gezien worden als een fobie voor de meeste voedingsmiddelen. Sommigen noemen het een verslaving aan een beperkt aantal voedingsmiddelen. Er is naar deze ziekte weinig onderzoek gedaan. Angst om aan te komen speelt bij deze aandoening doorgaans geen rol. Veel patiënten lijden aan obesitas. Ze beperken hun eetpatroon tot een klein assortiment van voedingsmiddelen. Zo lust iemand bijvoorbeeld alleen pizza, bacon, kaas, chocola en patat.

Selectieve eters keuren voedsel niet af omdat het vies smaakt. Meestal wordt voedsel afgekeurd omdat het niet lekker ruikt of omdat het er 'vreemd' uitziet.

De stoornis komt vaker voor bij mensen met autisme en obsessief-compulsieve problemen (dwangdenken en dwanghandelen). Het begint veelal in de kindertijd of de vroege tienerjaren. Bij deze kinderen zijn de smaakpapillen vaak meer dan gemiddeld ontwikkeld.

De meeste patiënten grijpen naar comfort en fastfood: pizza, frieten, kaas. Vaak alleen van bepaalde merken of winkels. Wie lijdt aan selectieve eetstoornis, eet minder dan tien verschillende voedingsmiddelen, extreme gevallen beperken zich zelfs tot één of twee.

Vreemd genoeg komt het eetgedrag van mensen met een selectieve eetstoornis vaak overeen. Zo houden selectieve eters van zout eten. Ze eten vrijwel geen vlees, fruit, groenten en alcohol. Uitzondering: wortelen.

Het sociale leven van patiënten met een selectieve eetstoornis kan enorm lijden onder de ziekte. Zij vermijden dan feestjes en uitnodigingen naar een restaurant. De relatie kan eronder lijden, omdat een gezellig samenzijn tijdens de maaltijd er niet in zit.

Advies is om gewoon open over de problemen te praten met vrienden en familieleden. Als een patiënt erkenning krijgt van zijn omgeving, dan is hij sneller geneigd om nieuwe gerechten te proberen.

Pagina geschreven 8-10-2013.