Van AWBZ naar diverse verzekeringen

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) is een verplichte, collectieve ziektekostenverzekering, ingegaan per 1 januari 1968 en sindsdien geregeld uitgebreid qua dekkingsgebied, voor niet individueel verzekerbare ziektekostenrisico's als langdurige zorg en ziekenhuiszorg na de eerste 366 dagen. De uitvoering van de AWBZ ligt bij de zorgverzekeraars. Per 1 januari 2007 is de huishoudelijke verzorging uit de AWBZ overgegaan in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), uitgevoerd door de gemeenten. Ingezetenen van Nederland en niet-ingezetenen die bepaalde inkomsten in Nederland genieten, zijn voor de AWBZ verzekerd. De vergoedingen uit de AWBZ vinden plaats als Zorg in Natura (ZIN) en persoonsgebonden budget (pgb). Beide verlopen dus via de zorgverzekeraars. Het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg en BJZ (Bureau JeugdZorg) zijn onafhankelijke bestuursorganen die de indicatiestelling in de AWBZ verzorgen.

Het plan is de AWBZ per 1-1-2015 af te schaffen. Kosten van volledige zorg met verblijf gaan over naar de nieuwe Wet Langdurige Zorg, die alleen bedoeld is voor mensen die intensieve zorg met verblijf nodig hebben. Zorg in de zin van begeleiding thuis, dagbesteding, vervoer e.d., nu ook uit de AWBZ betaald, gaat over naar andere wetten, die door de gemeenten zullen worden uitgevoerd. Zij krijgen daartoe 75 procent van het bedrag van de huidige uitgaven.

Pagina geschreven 24-12-2013.