Mijn zielsverwante zus stuurde me een boek van Harm Knoop, 'Leef je eigen mythe'. Ik ben er een stukje in op weg en de gelaagdheid van wat ik lees, maakt dat ik wat dingen voor mezelf wil verwoorden. Dat helpt me om wat ik lees bij mezelf te brengen.
Als mens worden we na onze geboorte geconditioneerd: we leren aan voorwaarden om geaccepteerd te worden te voldoen. Je zou kunnen zeggen dat we uit het paradijs naar buiten gebaard zijn en dat, om acceptabel voor de wereld om ons heen te zijn, we ons dienen te 'kleden' met voor onze omgeving passende meningen, eigenschappen en gedrag. We leren kortom dat we niet goed zijn als we zijn wie we zijn, dat ten minste de scherpe randjes van ons ik moeten worden afgedekt. Zo passen we ons aan aan de buitenwereld en verstikken we de persoonlijke binnenwereld. We vervreemden ons van onszelf. Dat gaat ook zomaar een leven lang door: we laten ons altijd weer buigen tot wie de anderen willen dat we zijn. Wie in zijn of haar 'omkleding' het (christelijke) geloof meekreeg, leerde dat die Ander de weg was en de waarheid en het leven. Zoals ik van mijn moeder meekreeg: 'Hij moet wassen (groter worden), ik moet minder worden.' Ook ikzelf leerde van jongs af niet te deugen, want geneigd te zijn tot alle kwaad. Het is zo dat wat je ziet en hoort, bepaald wordt door wie je in de kern zelf bent. Je neemt slechts datgene waar waarvoor je innerlijke ruimte hebt. En dan moet je het ook nog waar wíllen nemen. Omdat de persoonlijke kern uniek is, is geen mens als de ander. Maar als je een deel van jezelf afsplitst als 'niet goed', sluit je gemakkelijk ook het licht dat in je ziel woont daarmee af. Dan kom je niet tot de ontwikkeling van te worden die je bent, dan blijf je afschermende 'kleding' dragen. Want waarheid is niet wat de ander, of de meerderheid, vindt. Waarheid is uniek persoonlijk. Dat geldt ook voor geloof.
'Mijn rechtzinnige geloof', schrijft Knoop, 'heeft me beschermd tegen ervaringen die ik niet aankon.' Hij doelt op gevoelens van nietigheid en zondigheid. Het geloof helpt om angst te bezweren. Ook de angst voor wie je zelf ten diepste bent. Vanuit mijn eigen leven en vanuit mijn hulpverlenersachtergrond weet ik dat veel van die angst te maken heeft met de polariteit van het gevoelsleven: gevoelens die niet stabiel zijn, die zomaar in hun eigen tegendeel kunnen omslaan. Liefde, die raakt aan haat. Koestering die niet mogelijk is zonder vernietigingsdrang.
Knoop beschrijft dat waar het geloof leert dat het echte leven bij de Ander is, in zijn visie de mens het altijd aanwezige Licht in de eigen ziel zou moeten ontdekken en accepteren. Dat gaat over het goddelijke oftewel het ondefinieerbare binnenin de mens, los van alle door de eigen innerlijke rechter geïnternaliseerde normen en schuld. Hij schrijft, vind ik, alsof dat voor alle mensen geldt. Dat geloof ik niet, want ik denk, hoop, dat misschien wel de meeste mensen wel tot hun recht komen in hun ontwikkelingsgang naar mens zijn. Ik geloof niet dat het waar is dat de meesten niet van binnenuit leven, want heteronoom zijn. Dat ze uitgaan van wat van ze verwacht wordt, dat zie ik. Maar dat ze zichzelf daarmee schaden: ik denk en hoop dat dat niet zo is. De veiligheid die het biedt, is het waard. Het zijn de individualisten, autisten misschien, die zichzelf in alle aanpasgedrag verliezen. Ik vermoed dan ook dat Knoop juist die groep aanspreekt en inspireert.
Index chronol. en op trefw. - Volgende
Zie ook hier.
Pagina geschreven 25-11-2023