De nieuwe kleren van de keizer,
een sprookje door Hans Christian Andersen

Gekopieerd van Wikipedia

Het sprookje verhaalt van een keizer die erg op zijn uiterlijk is gesteld. Zijn kleermakers maken steeds duurdere gewaden, maar de keizer raakt steeds sneller verveeld. Uiteindelijk wil hij iets heel bijzonders en beveelt zijn kleermakers een gewaad te maken van 'de stof die niet bestaat.'

Dan komen er een paar rondreizende kleermakers aan het hof die zeggen helemaal aan zijn wensen te kunnen voldoen. Zij hebben een uniek, nog nooit vertoond concept: een stof die alleen zichtbaar is voor slimme mensen. In werkelijkheid zijn het natuurlijk oplichters, want zo'n stof bestaat niet, maar de kleermakers vertrouwen erop dat niemand zal durven erkennen dat hij/zij de stof niet ziet - uit angst om voor dom uitgemaakt te worden.

De keizer huurt ze in. Ze sluiten zich enkele dagen op in hun atelier en doden de tijd. Het ontbreekt ze aan niets. Daarna komen ze met veel misbaar en flauwekul naar de keizer en doen alsof ze een heel bijzonder kleed in hun handen hebben. Ze voeren een fantastische pantomime op en trekken de keizer het kleed aan dat alleen gezien kan worden door slimme mensen. De keizer aarzelt even, want hij ziet zijn eigen kleed niet, maar door de verrukte kreten van zijn kleermakers gaat hij er zelf ook in geloven, zeker als ook de eerste minister zegt dat het kleed hem prachtig staat! De keizer waant zich in peperdure kleren en hij wil natuurlijk niet dat mensen denken dat hij dom is. Hij vertoont zich dus aan zijn hovelingen en ook zij, bevreesd voor zijn woede-uitbarstingen, prijzen zijn nieuwe kleren de hemel in en loven zijn uitgekiende smaak.

Zodoende besluit de keizer zich te vertonen aan het hele volk. Fier flaneert hij in de optocht, geheel naakt, terwijl het volk omvalt van verbazing, angst en plaatsvervangende schaamte, totdat een kind in het publiek roept: 'Hee, kijk, de keizer loopt in zijn blootje!' Iedereen houdt de adem in voor de toorn van de vorst, maar plots wordt zijn kreet beantwoord. 'Hij heeft gelijk! Hij loopt in zijn blootje!' Spoedig roept iedereen dit, maar de keizer weet niet anders te doen dan trots door te lopen, zelfs al ziet ook hijzelf de kleren niet. De dienaren blijven zijn sleep dragen, die er niet is. Al gauw had de keizer door dat de twee kleermakers hem bedrogen hadden. Toen hij terugging naar zijn paleis waren de twee al lang vertrokken met hun verworven rijkdommen.

(Tot hier Wikipedia)

Knoop heeft het in 'Leef je eigen mythe' over (be)kleding van de ziel, waardoor je het contact met je innerlijke bron kunt verliezen. Die (be)kleding is het willen voldoen aan wat je omgeving van je wil en gaat zomaar in tegen dat wat je eigen ziel van je verlangt. Dan linkt hij door naar de gnostiek in het beeld van kleding die we aantrekken om ons te bedekken met het verhaal van de wereld dat zomaar niet ons eigen verhaal is, maar onze aangepastheid. Het verhaal van de wereld is dat we in onszelf niet goed genoeg zijn om echt mens te kunnen zijn. Het is de leugen waarin mensen gevangen zijn. Het echte verhaal is dat we naakt zijn en misschien in die naaktheid minder kwetsbaar dan we denken. Jezus als wijsheidsleraar brengt ons bij de kern van het mysterie van het bestaan, brengt ons bij onszelf terug. In het Thomasevangelie heeft hij het over het afleggen van de kleren, zonder schaamte, om de angst (niet te voldoen) te overwinnen. De bijbelse geschiedenis heeft vaker met kleren van doen. Als Maria bijvoorbeeld het graf van Jezus leeg vindt, vindt ze slechts de doeken, de bekleding. Het zijn de doeken waarin het pasgeboren kind gewikkeld werd om het te beschermen tegen de wereld en het aan de wereld aan te passen. Om de zo genoemde 'zondeval' niet te vergeten: Als Eva en Adam de verboden vrucht tot eenheid brengen met zichzelf, zien ze dat ze naakt zijn en bekleden ze zichzelf, bekleden ze hun kwetsbaarheid.

Op een keer loopt de mens tegen zichzelf en zijn bekleding aan. We spreken van burn-out, depressie, identiteitscrisis, vervreemding, overspannenheid en wat al niet meer. De bekleding moet op de helling, omdat in het ik, de eigen identiteit, de kern, verst(r)ikt is geraakt. Het is het oorspronkelijke kind, dat dan schreeuwt om aandacht.


Index chronol. en op trefw.

Vorige --- Volgende

Zie ook hier.

Pagina geschreven 25-11-2023